Monday, 28 January 2013

Cactus en draak voor ontbijt, iemand?

Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag. Zegt men. Voor mij klopt dat wel. Voordat ik wat binnen heb gekregen ben ik niet de gezelligste. 
Vooral op vakantie of in het weekend is het ontbijt een maaltijd waar ik erg van kan genieten. Ik kan op elk moment van de dag alles eten. Ook ’s ochtends.

Ik herinner me een morgen uit mijn studententijd, waarin de nuldejaars (de ‘feuten’, jaja, ook ik was er ooit zo een) tijdens een ontbijt de smakelijkste delicatessen keken voorgezet. Oesters, mosselen, haring. Ontzet keken ze naar het lekkers, en niemand had honger. Behalve ik, de ouderejaars die helemaal niet hoefde, die thuis al lang ontbeten had. Met smaak at ik al het versmaadde op.

De buffetten in Aziatische hotels en resorts zijn voor mij een feest. Waar het ontbijt in Europa voor de gluten mijdende medemens een probleem kan zijn, is het in Azië puur genieten. In Azië is er niet zo veel verschil tussen lunch, ontbijt of avondeten. Bij allemaal is de basis rijst. En hartig. In Indonesië en Maleisië kan dat Nasi Lemak (gekookte kokosrijst met ei, sambal, vis en soms kip) of Nasi Goreng (gebakken rijst) zijn. Chinezen eten graag (hartige!) rijstepap of noedelgerechten als char kway teow. Voor mijn favoriete noedelsoep Mee Siam (waarvan ik een tijdje terug het recept gaf) hoef ik in foodcourts in de namiddag niet te komen: in Singapore is ook dit een ontbijtgerecht. 



Mijn nieuwste ontbijtliefde is het heel zachtgekookte ei. Dat was het al langer, maar ik heb een nieuwe variant ontdekt. Misschien hebt u, net als ik, in een Aziatisch hotel wel eens vertoornd ei achter ei teruggestuurd naar de chef omdat het, naar Europese maatstaven, amper gekookt was? Nu heb ik ontdekt dat het hier niet gaat om een slecht gekookt ei, maar simpelweg om de manier waarop men hier een zachtgekookt ei geniet: het eiwit nog snotterend rauw. De eieren worden ook wel half gekookte eieren genoemd. Eng? Vies? Glibberig? Ja, een beetje. Maar toen ik het probeerde was ik verkocht. De manier om zo’n ei te eten is het te kraken in een diep schoteltje en het te besprenkelen met zwarte peper en een scheutje donkere sojasaus. Zet de schotel aan je mond en slobber maar. Echt, het is lekker! 



Om ze half zacht te krijgen leg je de eieren een minuut of twee in kokend water. Ik kreeg wel eens simpelweg een kop heet water geserveerd, met een rauw ei, twee vingers in de lucht en een vinger naar de klok. 

Maar goed, dat is het weekend en de vakantie. Doordeweeks, wanneer er kinderen de schoolbus moeten halen, moet een ontbijt voor mij net zo makkelijk als gezond zijn. Ik heb tijd noch zin er eens goed voor te gaan zitten. Voor mij is de oplossing al jaren simpel en heerlijk: ik drink mijn ontbijt.

De smoothie, of shake kun je natuurlijk op elk moment van de dag drinken, maar mijn stevige variant geeft genoeg energie voor een goede start waarbij je meteen een groot deel van je vezels, vitaminen en mineralen binnen hebt. Een goed begin is het halve werk, en je hoeft je daar de rest van de dag tenminste niet meer druk over te maken.

Er is niet echt een eenduidig recept voor mijn ontbijtshake. Je kunt hem maken naar je eigen voorkeur, en ook met wat er voor fruit maar in het seizoen is. Voor mij is het enige vaststaande dat ik minimaal 1 banaan gebruik. De banaan geeft energie, kalium en een romige textuur aan je shake. Daarnaast voeg ik een paar handenvol ander fruit toe. Op het moment gebruik ik graag drakenfruit, papaja, mango, jackfruit of ananas. Omdat deze in Singapore makkelijk en goedkoop te krijgen zijn. In Europa ligt dat natuurlijk anders. Daar gebruikte ik graag bosbessen, aardbeien, bramen, meloen en peer. Eigenlijk kun je elk fruit gebruiken, maar het lekkerst is fruit met een sterke, volle smaak. In supermarkten kun je ook ingevroren zakken fruit kopen, die zijn vooral handig in de winter als vers fruit van ver moet komen en duur is.

Het volgende ingrediënt is je vloeistof. Dat kan melk zijn, yoghurt of een alternatief als sojamelk of amandelmelk. Water kan ook, maar dat geeft minder smaak en voedingstoffen. Als je je shake graag koud drinkt kun je er ook een handje ijsklontjes bij doen. Is hij erg dik, wat vooral zo is als je yoghurt gebruikt, dan kun je wat extra water toevoegen.

En dan als laatste voeg ik vezels toe. Niet gezegend met een soepele stofwisseling is dat voor mij essentieel. Vroeger, voordat ik wist dat ik geen gluten kon verdragen, gebruikte ik tarwezemelen en havervlokken. Nu voeg ik een flinke lepel psylium husk (vlozaad) en een flinke lepel lijnzaad toe. Deze zaden bevatten niet alleen veel vezels maar ook allerlei andere voedingstoffen. Als laatste voeg ik een paar centimeter verse gember toe, omdat dat goed is voor maag en darmen en een heerlijk pittige smaak heeft. 



In deze heel speciale shake, die we overigens ’s middags dronken, gebruikte ik de stronk aloë vera die mijn moeder kocht op de markt. Aloë vera zou goed zijn voor de spijsvertering en extra energie geven en verkoeling brengen. Aloë vera is een vetplant, oftewel cactus achtige. De smaak is niet sterk, licht bitter en koel.

Daarnaast gebruikte ik drakenfruit, wat de vrucht is van een andere cactus. De vruchten zien er spectaculair uit met hun paarsroze schil en slappe stekels. Het vruchtvlees is of wit of knalroze, beiden met veel kleine zwarte pitjes. De roze variant zal alles wat je ermee maakt een knalroze kleur geven. Maar in deze shake gebruikte ik de witte drakenfruit, die alleen aan de buitenkant roze is. 

Cactus-shake
een halve stronk aloë vera
1 grote (of 2 kleinere) drakenfruit
1 banaan
ongeveer 500 ml amandelmelk
handvol ijsklontjes 


Pel de dikke groene schil van de aloë vera af en snijd de doorzichtige gel die erin zit in grove stukken. 


Schil en snijd ook de drakenfruit en de banaan. Doe alles samen met de amandelmelk en de ijsklontjes in een blender en pureer tot een gladde, koude drank.

Sunday, 20 January 2013

Naar de markt


Een van mijn favoriete plekken in Singapore is de markt. Erger ik me in supermarkten, naast de prijzen, vooral aan alles wat ik er niet kan vinden, op de markt laat ik me opgewonden meesleuren in de overvloed die uitgestald ligt. Alles wat ik niet ken moet ik proberen. Hoe raarder, hoe beter en dus intrigerender. En nu, in de tijd van internet en google, ben je thuis nog maar een paar muisklikken verwijderd van de ingewikkelde vraag: hoe moet je dat vreemde geval in hemelsnaam kláármaken. 



Ik heb dit niet van een vreemde. Mijn moeder is, zo mogelijk, nog erger. De bezoekjes die ik met mijn ouders aan de verschillende markten van Singapore bracht de afgelopen weken leverden, onder andere, de volgende ingrediënten op: een grote, modderige lotuswortel, een stronk aloë vera, een bananenbloem, twee bossen paku (een varen die gegeten wordt als bladgroente), een prikkelig cactusblad, keluak noten, heel veel drakenvruchten en ander tropisch fruit. Mijn vader legde netjes al het moois vast op zijn nieuwe digitale camera. 


Ja, natuurlijk, we aten alles op. Mocht u het willen dan plaats ik de recepten. De vraag is alleen, is dat allemaal wel krijgen in de Nederlandse toko? Of maak ik u dan alleen maar gek met een nooit te bereiken wortel?

In de tussentijd eerst een recept waarvan de meeste ingrediënten ook buiten Azië wel te krijgen zijn. Een echte Peranakan klassieker: Laksa. Net als alle klassiekers is er geen eenduidig recept. Iedere kok heeft zijn eigen manier om laksa klaar te maken. Singapore zit vol met hakwers die beweren de enige echte ontdekker te zijn van dé originele laksa. Daarnaast kent de laksa ook nog eens heel veel regionale varianten. Per land, streek, of soms zelfs per wijk. 


Het enige dat al deze laksa’s gemeen hebben is dat het gaat om een kruidige soep met rijstnoedels. Je kunt ze ruwweg indelen in twee types, de curry laksa en de asam laksa. De asam laksa is een zurige vissoep, op smaak gebracht met asam, oftewel tamarinde. Een beroemd voorbeeld is de Penang Laksa die we vorige maand aten op het Maleise eiland Penang. De Singaporese laksa is juist een curry laksa, en wordt ook wel Laksa Lemak genoemd naar de kokosmelk die hem zijn romige smaak geeft.

Op de kruidenkraampjes van de markt vind je naast alle kruiden die je maar kunt bedenken ook allerhande zakjes met ‘kant en klare’ kruidenmixen. Ook voor laksa. Deze zijn over het algemeen goed van kwaliteit en ze worden veel gebruikt. Ook door mij. Nadeel is dat sommigen zo scherp zijn dat zelf mijn door de wol geverfde smaakpapillen door de chili de soep niet meer proeven. En vers gemaakte sambal blijft toch altijd het allerlekkerst! 



De Singaporese laksa wodt gegarneerd met Laksa leaf, of daun kesum. Dit is zelf hier moeilijk te krijgen, en ik groei het op mijn balkon. De scherpe, haast zepige smaak is moeilijk te vergelijken met enig ander kruid. Je kunt het simpelweg weglaten, en als je toch graag wat groens op je soep wil kun je wat geknipte bieslook eroverheen strooien. 

Singapore Laksa 


Voor de sambal (kruidenpasta)


klein handje sjalotjes 
4 cm verse geelwortel (kurkuma, koenjit), of een eetlepel gedroogde
4 cm verse galangal (lengkwas, laos), of een eetlepel gedroogde
2 stelen citroengras (lemongras, sereh)
1 of meer rode chilipepers
10 candlenuts (keriminoten, buah keras) of macademianoten
1 theelepel garnalenpasta (belachan, trassi)
1 theelepel korianderzaad
2 eetlepels gedroogde garnalen 




Voor de soep

1 liter garnalen of kippenbouillon 
250 ml kokosmelk 
rijst noedels (meestal worden dikke ‘laksa noodles’ gebruikt, maar elke soort mag)


Voor de garnering 

hardgekookte eieren, in vieren, of kwarteleitjes
gepelde en gekookte garnalen
tofu puffs, of stukje gebakken tofu
taugé
fijngesneden komkommer
laksa leaf (daun kesom, polygonum)

Meng alle ingrediënten voor de sambal door elkaar en maak ze met een scheutje water fijn in een hakmolen of vijzel tot je een dikke pasta hebt. Verhit wat olie in een wok en roerbak de pasta tot hij gaar en geurig is. Voeg dan de bouillon toe een breng het geheel aan de kook. Zet het vuur af en roer dan de kokoksmelk erdoor.

Blancheer de rijst noedels en leg in elke kop een flinke schep. Leg op de noedels de tofu, garnalen, eieren, taugé, komkommer en overgiet alles rijkelijk met de soep. Als je wilt kun je de soep garneren met een schepje sambal of chili olie en een handje laksa leaf.

Thursday, 10 January 2013

Voorbij het einde van de wereld

Als je langs de noordwestkust van Penang, een eiland aan de noordwestkust van West-Maleisië, richting het westen rijdt, kom je vlak voor het einde van het eiland langs een restaurant dat ‘The end of the world’ heet. Rijd je dan toch verder door, tot waar de weg ophoudt bij het nationale park, dan vind je nog een restaurant, een waarvan ik de naam vergeten ben. Een restaurant gespecialiseerd in vis en zeevruchten. Het heeft een Chinese naam, ik geloof met een T. Hier aten wij vorige week. 

Het restaurant staat vol bakken waar je zelf kunt aanwijzen wat voor zwemmends, krabbelends of pruttelends je wil eten. We stonden met alle kinderen, opa, oma en tante gebogen over de bakken, druk wijzend, en een oudere Chinese dame krabbelde geduldig alles op een papiertje. 



Een voor een kwamen de lekkernijen op tafel. De bamboeschelpen met gember en lenteui die de kinderen gretig leegslobberden. De krabben, gemarineerd in honingzoete saus. De gegrilde inktvis. De kangkong met sambal. De gebakken groente stinkbonen. De vis waarvan ik de naam vergeten ben. Dit alles aten we met gestoomde rijst en heel veel kopjes jasmijnthee. Met volle buiken wachten we op het piece de restistance: De kreeft. 


Eigenlijk hadden we geen honger meer. Maar voor deze koning van de zee hadden we nog een klein plekje overgelaten. Vol trots kwam de Chinese man hem binnenbrengen. Sprakeloos keken we naar het monster op de schaal. Ik porde er even in met mijn chopstick. Is dat kaas, vroeg ik de man. Ja, knikte hij vrolijk. Er droop een grijze smurrie over de halve schalen van het beest. En dat? 


Mushroom, knikte hij weer. Cream of mushroom. Allemaal keken we hem niet begrijpend aan. Hij rende terug naar de keuken en kwam aanzetten met een blikje. Cream of mushroom, toonde hij trots. Aahh, knikten wij toen allemaal verbaasd. Cream of mushroom. Natuurlijk. Beleefd veinsden we interesse en de man legde uit hoe je dit pronkstuk maakte. Je snijdt de kreeft in twee helften, schept het vlees uit de kreeft en snijdt het fijn. Dan roer je in een pannetje het kreeftenvlees door de inhoud van het blikje cream of mushroom. Je doet er nog een handvol bloemkoolroosjes bij en, vooruit, een handje champignons. Je propt alles terug in de kreeft, overlaadt het met een flinke lading kaas en zet het geheel onder de gril. Voilà. Stralend keek de man ons aan. Wij knikten weer.
Beleefd aten wij, met lange tanden, de kreeft. Bij het afrekenen bleek hij meer te kosten dan al het andere eten bij elkaar. De moraal van dit verhaal? Ga vooral naar dit restaurant voorbij het einde van de wereld. Maar pas op voor de kreeft.

Niet geënthousiasmeerd door dit recept? In Penang, dat op een steenworp van Thailand ligt, kun je ook heerlijk Thais eten. Zoals bijvoorbeeld deze pittige, friszure salade. Voor deze salade heb je groene, onrijpe mango’s nodig. Die kunnen in Europa moeilijk te krijgen zijn, en je kunt ze vervangen door een ander soort fruit, bijvoorbeeld groene, liefst niet te rijpe appels. Voor de kleur en de zoete smaak voegde ik ook wat fijngesneden wortel toe, maar dat hoeft niet. Je kunt ook wat fijngesneden komkommer gebruiken. 



Thaise groene mangosalade 


1 of meer groene, onrijpe mango’s (of een alternatief, zie hierboven)
1 wortel 


voor de dressing: 
3-4 eetlepels limoensap 
2 eetlepels thaise vissaus
1 eetlepel bruine suiker (of honing, als die op is zoals bij mij...)


voor de garnering:
2 eetlepels geroosterde pinda’s
1 eetlepel gedroogde garnalen
1 sjalotje, fijngesneden
1 of meer (thaise) rode chilipeper, fijngesneden

Snijd de mango en de wortel in heel fijne dunne reepjes, zo klein als je kunt, denk aan lucifers. Het makkelijkst snijd je ze eerst in hele dunne plakken, om die dan vervolgens weer in reepjes te snijden. 




Meng voor de dressing de vissaus door de limoensaus en de honing. Als je bruine suiker gebruikt moet je de dressing even verhitten om alles goed op te lossen, maar laat hem niet koken.
Meng de garnalen, pinda, ui en chili door elkaar in een vijzel en stamp het geheel redelijk grof fijn. 


Meng de dressing en de garnering door de salade. Bestrooi met wat blaadjes thaise basilicum of koriander.

Monday, 24 December 2012



Ik wil iedereen een heel fijne en natuurlijk heel lekkere kerst wensen en een gelukkig 2013

Wij zijn op vakantie, tot volgend jaar!

Meer kerstinspiratie zien? Kik hiernaast op het label 'kerstmis' en je ziet al mijn kerstrecepten.


Wednesday, 12 December 2012

Andere burgers (kadootje zelf bijknutselen)


Aan het einde van onze straat zit een restaurant. Buiten is een speeltuintje, en boven de deur een breed, rood uithangbord. Op een bankje op de stoep zit een plastic beeld van een man. Een clown. Hij draagt een geel pak met rood-wit gestreepte armen, en hij heeft rood krullend haar. Boven op de gevel prijken twee grote, gele letters, met drie gebogen poten. In het donker lichten de letters op. Rijden we langs dit restaurant dan beginnen mijn kinderen in koor te brullen. Mama zucht, roept nee, en trapt snel op het gaspedaal. Om dan, ietsje verderop, in het Singaporese hawker centre, drie kinderen met boze gezichten rijst met kip en gebakken groente voor te schotelen. 

Wat is het toch aan dat ene restaurant dat zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht heeft op kinderen? Zijn het de kadootjes die je krijgt bij een kindermaal? Zijn het de slappe burgers of gewoon de stiekem erg lekker krokante frietjes? Heel af en toe geeft mama toe. Ze is ook maar een mens. En anders maken we ze gewoon thuis, die burgers! 

Omdat we liever niet zo vaak vlees eten maken we de burgers vandaag van iets anders dan gewoon gehakt. We maken ze van paddenstoelen! Houden je kinderen niet van paddenstoelen? Niet gevreesd, de mijne ook niet. Maar in deze burgers proef je ze helemaal niet. Sterker nog, toen papa thuiskwam, een grote hap nam, en ik vroeg wat hij ervan vond, was ‘lekker’ zijn enige commentaar. ‘Niets bijzonders eraan?’ vroeg ik nog.

‘Nou, heel erg lekker eigenlijk, lekker sappig vlees.’


Vegetarische hamburgers van paddenstoelen
1 ui
1 teen knoflook
600 g paddenstoelen (bijvoorbeeld shi-take, oesterzwam, reuze oesterzwam)
2 eieren
150 g havermout
handje broodkruim
1 eetlepels vlozaad (dit maakt de burger steviger, maar kun je ook weglaten)
3 eetlepels tamari (japanse sojasaus)
1 theelepel mosterdpoeder
oregano
peper zout


Voor de burgers is het het lekkerst om niet alleen champignons, maar een mengsel van verschillende soorten paddenstoelen te gebruiken, die liefst een sterke smaak hebben. Shiitake en oesterzwammen bijvoorbeeld. 




Ik gebruikte daarnaast ook reuzenoesterzwammen, die heel stevig vlees hebben en daarom bijzonder geschikt zijn. Hak de ui en knoflook fijn en verhit wat olie in een grote koekenpan of wok. Hak ook de paddenstoelen heel fijn. Je kunt dit als je wilt doen in een keukenmachine of met de hand en een groot hakmes. Het moet geen puree worden, maar een beetje de textuur van gehakt krijgen. 



Doe de paddenstoelen bij de ui en bak ze een minuut of tien, totdat ze zacht zijn. Doe de sojasaus erbij en de mosterd, en laat nog even bakken zodat er zoveel mogelijk vocht kan verdampen. Laat het mengsel eventjes afkoelen, en voeg dan het ei en de havermout toe, oregano, peper, zout en de mosterd (gewone mosterd mag ook in plaats van poeder, maar je wilt zo min mogelijk vocht in je mengsel) Voeg dan zoveel broodkruim toe, zeker een goede hand vol, tot het mengsel stevig is en je er hamburgerschijven van kunt draaien. Ik voegde ook een eetlepel vlozaad (psyllium husk) toe, wat extra capaciteit heeft om vocht op te nemen. Met teveel vocht is er het risico dat de burgers uit elkaar vallen in de pan.

Bak de hamburgers in een hete koekenpan in een minuut of 10 gaar aan beide kanten, en eet ze zoals jij lekker vindt. Wij aten ze in een broodje met sla, tomaat, augurk en ketchup. Heel veel ketchup!

Als je wilt kun je er friet bij serveren. De mooie doos en het kadootje kun je er als creatieveling natuurlijk best bij knutselen, maar zonder smaken deze burgers kinderen ook heel best. 




Dit stukje verscheen eerder op www.moodkids.nl

Monday, 3 December 2012

Een zoete hap

Singaporians houden van suiker. Ze stoppen het graag overal in, met weinig mate. In drankjes, brood, snacks. Maar ook op plekken waar je het nooit zou verwachten. Een paar maanden geleden, we woonden nog maar net in Singapore, aten we eens taco’s. Gewoon ouderwets gemakkelijk, van die krokante, gevouwen maistortilla’s, met een simpele vulling van onder andere gekruid gehakt, tomaat, sla en kaas. Roel maakte, bij gebrek aan zure room, een sausje van naturel yoghurt. Ik maakte mijn favoriete opgebakken bonen (refried beans) door wat ui en knoflook te bakken, daar wat uitgelekte kidneybonen aan toe te voegen en het geheel grof te pureren en te bakken in olie. (Het lekkerst zijn deze opgebakken bonen overigens als je gedroogde pinto bonen gebruikt, deze een nacht laat weken, en dan zelf kookt. Maar dat is een hoop werk, we waren moe, en met een blikje kidneybonen zijn ze ook best smakelijk)

We gingen zitten voor onze snelle maaltijd en vulden hongerig onze schelpen. De sla, kaas en saus puilde aanlokkend over de rand en ik nam een grote hap. Knapperende taco, frisse sla, zoutige kaas. En zoete saus. Zoete saus? Ja, de naturel yoghurt in zijn lichtblauwe bak bleek, bij nader onderzoek, stevig gezoet. Och ja, haalden we onze schouders op, beter opletten, hoofdschudden we, en namen nog een hap, door het zoet naar het pittige gehakt en de frisse tomaat. Tot we, tot onze grote verassing op de bodem weer stuitten op zoet. Ik moest er het blikje voor uit de prullenbak opdiepen voor ik het geloofde, maar jawel; ook de kidneybonen waren gesuikerd.


Dat hadden we natuurlijk moeten weten. Kidneybonen worden namelijk in Azië vooral gebruikt in zoete gerechten, bijvoorbeeld chendol, of ijs katjang, een toetje van vrolijk gekleurd schaafijs met gecondenseerde melk, jellysliertjes, palmpitten en niet te vergeten maiskorrels en kidneybonen. Katjang betekent immers boon in het Maleis. IJs katjang is prachtig om te zien met zijn felle kleuren siroop en smaakt koel en verfrissend. Maar ook heel apart, en voor veel westerse mensen is de smaak een paar bruggen te ver.


Vandaar vandaag een heel ander recept: kiptaco’s. Mexicanen vullen hun taco’s niet vaak met gekruid gehakt, zoals we dat kennen uit de Tex-Mex keuken, maar met gekookt en in reepjes gescheurd vlees, dat weinig of licht gekruid wordt. Omdat de limoenen aan onze nieuwste aanwinst op het terras net rijp waren bracht ik de kip in dit recept op smaak met, hoe kan het anders hier, chili en limoen. Fris en pittig, met sla, tomaat en zoete guacamole. Zo is voor het mij wel zoet genoeg.



Kiptaco’s met limoen en chili
Per persoon 100-150 g kippenvlees
Sap van 2 limoenen
1 of meer rode chilipepers
halve theelepel paprikapoeder
klein blikje maiskorrels
maistaco’s
voor de garnering naar keuze:
ijsbergsla
tomaat
guacamole
zure room


Je kunt voor dit gerecht verschillende soorten kip gebruiken, dijen, poten, borst of zelf een hele, in stukken gehakte kip. Leg de stukken kip in een pan en overgiet ze met water tot ze net onder staan. Laat de kip, afhankelijk van de grootte van de stukken, twintig minuten tot een half uur koken, tot het vlees mals en gaar is en het makkelijk loslaat als je eraan trekt. Giet de kip af (het vocht is nu een geurige bouillon: bewaren dus)


Laat het vlees een beetje afkoelen zodat je je vingers niet brand en trek dan het vlees met je handen of twee vorken los in kleine reepjes. Breng het vlees op smaak met fijngesneden chili, peper, zout, paprikapoeder en roer er de maiskorrels door. Als je van pittig houdt kun je in plaats van mild paprika poeder de hete ‘smoked paprika’ gebruiken.


Verhit de taco’s in de oven, en serveer ze met de kip, sla, tomaat, guacamole en eventueel zure room.

Friday, 23 November 2012

Om mee te smijten


Ook in de tropen wachtten we op de Goedheiligman dit jaar. In de bakkende zon stonden we op de pier te zingen en te springen, zo blij waren we. Toen de Sint en zijn Pieten arriveerden met zakken vol lekkers, bereikte de opwinding op de kade zijn hoogtepunt, vooral bij de kinderen die gillend zoekend rondrenden en handen, wangen en zakken volpropten met lekkers. Tijm en Linde liepen glunderend rond, en ook Jasmijn liet zich alles goed smaken.
Ik hoopte maar dat deze pepernoten geen melk bevatten, want uit ervaring wist ik, dat dat bij de meeste, doch niet alle merken pepernoten het geval was. Gelukkig bleef de buikpijn uit en kon Jasmijn onbelemmerd genieten.
Want jawel, in Singapore kun je pepernoten gewoon kopen! En zelfs die zonder melk of boter. Maar ja, mama is er ook nog. En die mag dan wel melk en boter, maar weer geen gluten. Dus, toen we klaar waren met bakken in de hete tropenzon sloeg ik thuis aan het werk.

Ik bakte eerder glutenvrije pepernoten, maar op de een of andere manier werden ze nooit geweldig. Vooral waren ze nooit Zwarte Piet-proof, dat wil zeggen, je kon er niet mee strooien. Bij de eerste de beste aanraking vielen ze in kruimels uiteen. Maar nu heb ik het perfecte recept! Ik leidde het af van een simpel pepernotenrecept dat gebruikt werd op de school van Tijm. Tenminste, voor zover ik me het recept goed herinnerde. Het is dus een heel algemeen recept, dat je op de gewone manier kunt maken, of zo dat de pepernoten geschikt zijn voor kindjes (of volwassenen!) met een allergie.


We maakten onze pepernoten glutenvrij en koemelkvrij, zodat het hele gezin mee kon strooien en eten. De pepernoten bevatten ook geen ei, daarvan zouden ze te zacht worden, dus dit recept is  voor de meeste voedselallergieën te gebruiken.

En voor wie niet in Nederland woont, de speculaaskruiden maak je heel makkelijk zelf! Kijk op deze post van vorig jaar voor een recept. 


Simpel pepernotenrecept

125 g donkerbruine suiker
100 g boter
250 g meel
1 theelepel bakpoeder
2-3 theelepels speculaaskruiden
scheutje melk

Snijd de boter fijn, en kneed alle ingrediënten snel door elkaar. Voeg zoveel melk toe tot je tot een soepel deeg hebt, ongeveer 50 ml. Vorm kleine bolletjes en bak ze op 175 graden in ongeveer 12-15 minuten gaar.

Gluten- en/of koemelkvrije pepernoten

125 g donkerbruine suiker
100 g zuivelvrije margarine*
250 g glutenvrij meel**
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel xanthaan   
2-3 theelepels speculaaskruiden
scheutje water of sojamelk

* Het maakt niet heel veel uit welke soort vet je gebruikt als je koemelkvrije pepernoten wilt bakken, wel is het belangrijk dat het ongeveer dezelfde hardheid heeft als boter. Ik gebruikte bijvoorbeeld palmolie, maar je kunt ook een kant en klare bakmargarine gebruiken. Gebruik geen olie, dan zullen je pepernoten niet goed opstijven.

** Ik gebruik Dove’s Farm, dit geeft bij mij altijd het beste resultaat

Deze pepernoten maak je verder op dezelfde manier als het standaardrecept.