Sunday, 10 March 2013

Bel de brandweer

Op een keer klaagden we, in het restaurant van ons Thaise paradijs, tegen elkaar, dat de keuken te westers was en het eten niet scherp genoeg. Het was alsof ze het gehoord had, Jun, in de keuken, want de volgende Tom Yam soep de we geserveerd kregen deed onze oren tuiten en ogen tranen. 


Ik groei ze zelf, op mijn balkon, die hele kleine Thaise pepertjes, hoe kleiner hoe heter, waarvan de zaadjes zo klein zijn dat je ze niet eens ziet. Proeven doe je ze ook niet, want als je ze eenmaal binnen hebt proef je het half uur erop niets meer dan brand en vlammen. Je wilt alleen nog maar blussen, met liters water, wat niet helpt en je eet maar door, stug, want je laten kennen kan ook niet.

Ik houd van scherp. Goed scherp ook. Het is me niet vaak overkomen, zelfs in Thailand, dat het me te ver ging. Maar die ene peper, in die ene soep, die kan me nu nog rood doen aanlopen. Het was de wraak van de keuken op onze smalende klacht.

Want er was veel goed eten, daar op het gouden boeddha strand. De Panang curry met garnalen die Roel’s favoriet was beschreef ik al. Mijn eigen favoriet was de fruitsalade. Ik weet al genoeg van de Aziatische keuken, dat ik weet dat fruitsalades geen dessert zijn. Ik beschreef eerder al de groene mango salade, die overal nu wel bekend is. Maar deze fruitsalade ging een stap verder. Fris. Zoet. Zuur. Zout. Knisperig. En om je mond te blussen zinloos, want ook deze was loeischerp. 



In de salade van het gouden boeddha strand zat, wat ze in Singapore in het Maleis jambu, jambu ayer en jambu batu noemen. En wortel. Jambu kent u wel, dat betekent simpelweg appel, maar de andere vruchten zullen moeilijker te krijgen zijn buiten de tropen. De jambu ayer is de waterappel, een roze, knapperige vrucht, die smaakt naar, ja, zoet water. Batu betekent steen, en de jambu batu beteket dus steenappel, zo genoemd vanwege de kleine harde pitjes waar je je tanden op knarst. De jambu batu is een grote, groene guave. Ik had wat moeite hem te herkennen als guave, omdat hij groter is en zachter van smaak dan die uit het midden oosten. Lang kauwde ik en dacht, ik ken dit, wat is het toch? Pas toen google eraan te pas was gekomen herkende ik dat het om een guavesoort ging.

Voor deze salade kun je natuurlijk ook andere soorten fruit gebruiken, afhankelijk wat er te krijgen is. Probeer wel zoveel mogelijk fris, zuur en knapperig fruit te gebruiken.

 



Thaise fruitsalade 


Voor de salade 


een flinke kom gemengd fruit, in blokjes
(waterappel, appel, ananas, watermeloen, guave, druiven, pomelo, grapefruit, (chinese) peer)
klein handje cherry tomaatjes, gehalveerd
1 wortel, in heel dunne reepjes

Voor de dressing


1 eetlepel gedroogde garnalen 
1 teen knoflook
1-3 chili’s naar smaak
2 eetlepels vissaus
2 eetlepels limoensap
2 theelepels (palm)suiker
3 eetlepels geroosterde pinda’s

Doe de gedroogde garnalen, knoflook, chili in een vijzel en stamp ze goed fijn. Voeg de vissaus, het limoensap en de suiker toe en proef de saus, om te controleren of de zoet/zuur/zout/scherp balans goed is. Je wilt al deze smaken evenveel proeven, er moet er geen overheersen. Voeg wat meer vissaus toe voor meer zout, wat meer limoensap voor zuur, en suiker voor zoet.
Voeg ook de pinda’s toe en stamp die even grof mee.

Meng de ingrediënten voor de salade in een kom en begiet met de saus. Garneer eventueel met wat groene salade.

No comments:

Post a comment

Suggesties, tips of commentaar? Graag!