Thursday, 22 September 2011

Verrassingseten


We hebben een hele grote vriezer. Twee zelfs, wat laatjes onder de ijskast en een vrieskist, met deksel en peuterveilig slot. En die kwam van pas. Op mijn laatste werkdag vorig jaar moest ik mijn schappen in het vrieshuis legen, en tja, weggooien is zonde, dus nam ik dozenvol mee naar huis. Dozenvol ijs, want dat was mijn werk, recepten ontwikkelen voor ijs. En daarbij hoort ijs proeven, en een voorraad ter inspiratie. Wat een baan, en wat een gek die hem opzegt. Ondertussen komt het ijs onze neus uit, en ben ik blij dat de bodem van de vrieskist langzaamaan weer in zicht komt. Daar kun je namelijk heel interessante dingen vinden. Witte bakjes met blauwe deksels bijvoorbeeld. En daarin? Geen idee. Ik label namelijk nooit wat. Ik denk altijd dat ik wel kan onthouden wat erin zit. Restjes meestal, net genoeg voor één volwassene of twee peuters. Maar diep je iets op dat een jaar bedolven is geweest onder ijs, dan ben je dat natuurlijk al lang vergeten. Is het groente, vlees of vis? Geschikt voor kinderen of heel pittig? Eten we er rijst bij of pasta? En, de hamvraag, is het nog goed? Nu ben ik van de oude stempel, data op bakjes deren me niet en ik ga voor een simpele drie stappen test. Ziet het er eetbaar uit? Ruikt het eetbaar? Smaakt het eetbaar? Slaagt het voor deze test dan eet ik het probleemloos op. Dan raakt de vriezer tenminste eindelijk leger en kan ik hem eens verlossen van het allerlaatste ijs: die dikke aan de randen gekleefde energieverslindende laag aangevroren condens.

Op een avond, alleen thuis, de kinderen al in bed, diepte ik zo’n bakje op. Ik zag enkel een diepgevroren massa. Na een minuutje in de magnetron observeerde ik de inhoud eens. Een vrij donkere, roodbruine saus. Ik rook nog niets en zette het terug. Lui, het was al laat, besloot ik er pitabroodjes bij te eten, dat past altijd, en ik wachtte verder af. Ook de derde inspectie gaf geen uitsluitsel. Pas toen ik het geheel ontdooid doorroerde besefte ik welk lot ik had getrokken. Een aangenaam lot: kip in pruimensaus. Ik at er heerlijk van en besefte dat het hoog tijd was dat ik weer eens een pan maakte. Ik gebruik voor dit gerecht het liefst kippendijen, het vlees daarvan is wat voller en sterker van smaak dan de borst, en het is een stuk goedkoper. Wel fijn aangezien de biologische kip ontzettend duur is. En eerlijk gezegd vind ik het veel lekkerder. Wat betreft de aankleding van de saus kun je prima variëren. Je kunt andere gedroogde vruchten toevoegen, zoals abrikozen of dadels, en ook met de kruiden kun je naar hartelust experimenteren. Ik maak het elke keer net even anders, maar het is altijd lekker.

Kip in pruimensaus
6 kippendijen en/ of poten
1 blik gepelde tomaten
200 g gedroogde pruimen
1 theelepel kaneel
6 hele, of een halve theelepel gemalen kruidnagel
6 pimentkorrels. Of een halve theelepel gemalen piment
halve theelepel nootmuskaat
blaadje laurier
peper en zout

Bak de kippendijen en poten aan in wat boter in een flinke braadpan. Bestrooi ze met de kruiden. Als ze rondom bruin zijn doe je de tomaten en de gedroogde pruimen in stukjes gesneden erbij. Laat het geheel doorkoken tot de kip gaar is, ongeveer 20 minuten. Roer af en toe door en voeg wat water toe zodat het een lekker smeuïge saus wordt. Lekker meer aardappelpuree, rijst of brood en een stevige groente, bijvoorbeeld boontjes.

No comments:

Post a comment

Suggesties, tips of commentaar? Graag!