Wednesday, 18 July 2012

Druk, druk, druk


Hoe ik na drie kinderen zo dun kan zijn, vragen mensen me wel eens. Nou, dat is heel makkelijk. Geen beter dieet dan drie kleine kinderen om je heen. Ik heb simpelweg geen tijd om te eten. Nadat ik ze een voor een heb voorzien van ontbijt, de gemorste melk van de grond gedweild, het eten naar binnen gelepeld, monden afgeveegd en kleding weer verwisseld is het wel tijd om te gaan. Snel gooi ik wat fruit, vezels en melk in de blender en slobber mijn ontbijt tussen jassen en schoenen naar binnen.
De ongeregelde uren van de diverse peuterscholen waar mijn kinderen heengaan geven weinig regelmaat, dus de lunch gaat niet veel beter. Waar de meeste moeders leven op de korstjes die hun kinderen laten liggen, eten die van mij ze netjes op. En als er al wat blijft liggen, moeten die met mijn glutenintolerantie toch nog de groenbak in. Een snelle lunch is niet makkelijk als je geen brood mag.
Wanneer in de loop van de middag mijn maag gaat knorren is het tijd voor een makkelijke, lekkere, gezonde en ook vullende snack. Ik ben geen zoetekauw, en gelukkig is een cracker met kaas snel gemaakt. Voor onderweg is het lastiger. Repen en snacks die je koopt zijn vaak erg zoet en gesuikerd. Ik liet ze dus vaak liggen, tot ik erachter kwam hoe makkelijk je ze zelf maakt. Precies met de ingrediënten die je zelf wilt, en zo zoet of onzoet als je zelf lekker vindt. En natuurlijk zijn deze repen niet alleen voor moeders. Ook de kinderen smullen ervan!



Mueslirepen

200 g (glutenvrije) havervlokken
200 g noten
100 g gedroogd fruit
75 g kokosboter
75 g honing of lichte suikerstroop
1 ei (optioneel)


Hak ongeveer twee derde van de noten redelijk fijn in een keukenmachine, maar niet te lang, pas op dat het geen notenboter wordt. Hak de overige noten in wat grovere stukken. Smelt het kokosvet met de suikerstroop of honing in een kleine steelpan en laat het mengsel even koken tot het begint te schuimen. Roer dan alle ingrediënten door elkaar tot een dikke massa. Bekleed een vierkante, ondiepe ovenschaal met bakpapier. Stort het mengsel hierop en druk het heel stevig aan. Bak het in een voorverwarmde oven op 180 graden ongeveer 15 minuten. Laat de plak helemaal afkoelen voordat je hem in repen snijdt, anders zal hij kruimelen.

Je kunt het ei in dit recept ook weglaten, het zorgt er alleen voor dat de reep niet zo snel kruimelt. Verder kun je eindeloos variëren, zo lang de verhouding droge ingrediënten naar vet en suiker ongeveer gelijk blijft. Alle soorten noten zijn heerlijk en gezond, denk aan hazelnoten, walnoten, pecannoten, amandelen, macademianoten.
In plaats van kokosvet kun je gewone boter, of elke soort hard vet gebruiken.
De havervlokken kun je (deels) vervangen door bijvoorbeeld quinoa-, rijst-, of boekweitvlokken. Ook gepofte granen zoals rice crispies of corn flakes kun je toevoegen, of bijvoorbeeld zaden als lijnzaad of sesamzaad. Gedroogd fruit als rozijnen, cranberry's, gedroogde abrikozen, dadels en pruimen geven de reep een zoete smaak, maar voor de zoetekauw kun je de hoeveelheid suiker verhogen. Voor een echte traktatie voeg je stukjes chocolade toe, of doop je de reep als hij afgekoeld is in vloeibare chocolade.

Dit stuk verscheen ook op www.moodkids.nl

Wednesday, 11 July 2012

De 'vrije' lunch

Toen ik net begon met glutenvrij eten werkte ik in een fabriek met karige kantine. Boterhammen, kaas, worst, de soep van de dag. Voor wie chic wilde doen een kroket of kaassoufflé. Voor de meeste werknemers was het elke dag weer een verrassing wat moeder de vrouw op de boterhammen had gedaan. Ook ik bleef in eerste instantie mijn zelfgesmeerde, glutenvrije, brood meenemen. Ondanks de vele liters karnemelk die het me kostte om de droge stukken weg te spoelen. Glutenvrij brood kan lekker zijn, vers uit de oven, of opgefrist in broodrooster of magnetron. Maar een ochtend in een zweterige broodtrommel geeft doorgaans de genadeklap aan een toch al droge plak. Later smokkelde ik een broodrooster mee naar binnen, waarin ik, verstopt onder mijn bureau, mijn sneetjes roosterde. De geur van schroeiend brood liet collega’s snuffelend langslopen, tot de secretaresse er lucht van kreeg en het ding als onveilig bestempelde. Het belandde in de kast, en ik was terug bij af.

De Nederlandse lunch is de lastigste maaltijd voor iemand die een glutenvrij dieet volgt, omdat hij grotendeels uit brood bestaat is. Elders staat er meer variatie op het menu en wordt een warme maaltijd gegeten. Het kan dus een goed idee zijn verder te kijken dan je boterham lang is. Mocht een warme lunch lastig zijn dan kan een maaltijdsalade uitkomst bieden. Een gezonde lunch die je makkelijk mee kunt nemen naar je werk of school. Door koolhydraten toe te voegen in de vorm van peulvruchten, rijst of maïs levert zo’n salade genoeg energie om de middag door te komen.

Het volgende recept is een zonnige salade geïnspireerd op het Midden Oosten. Er gaat Halloumi kaas is, een stevige witte kaas uit Cyprus, die bijzonder is omdat je hem kunt bakken of grillen zonder dat hij smelt. Je koopt hem bij de goedgesorteerde supermarkt of kaaswinkel, maar als je hem lastig kunt vinden kun je ook (koude) fetablokjes gebruiken. Tahin is een pasta van sesamzaad, te koop bij oosterse winkels of natuurwinkels. 


Halloumisalade met kikkererwten

1 blik kikkerwten (a 400g), uitgelekt
125 g halloumikaas
2 tomaten
een kwart komkommer
eetlepels citroensap
eetlepels tahin
scheutje olijfolie
100 g olijven
handvol korianderblad
peper

Snijd de halloumi in plakjes van ongeveer een halve centimeter en bak ze in een hete koekenpan met een scheutje olie, een paar minuten aan elke kant tot ze lichtbruin en krokant zijn. Snijd intussen de tomaat en komkommer fijn en meng ze met de kikkererwten. Giet er een scheutje olijfolie overheen en rijkelijk peper. Zout is in dit gerecht niet nodig omdat de halloumi al erg zout is. Roer de tahin los met het citroensap tot een romige massa en roer deze saus door de salade. Maak af met de olijven en een handje fijngesneden koriander.

De salade blijft een ochtend goed in een afgesloten trommel, dus je kunt hem prima meenemen voor een picknick, werk, of lunch onderweg. Wil je hem langer bewaren dan is het beter dit gekoeld te doen. Als je eenmaal wat vaker dit soort salades hebt gemaakt zul je merken dat het erg makkelijk is om te variëren. Een lekkere salade is zo bedacht, en je kunt het zo makkelijk of moeilijk maken als je wilt. Ook kun je goed restjes groente, vis of vlees op deze manier verwerken. Meng bijvoorbeeld eens een uitgelekt blik kidneybonen met wat fijngesneden tomaat, komkommer en augurk, en roer er een klein blikje tonijn of sardientjes, wat peterselie en een vinaigrette door. Of roer wat gerookte makreel, kappertjes, rozijntjes met wat zure room en dille door een restje rijst.

Dit stukje en recept schreef ik voor ZonderMeer magazine. Wil je meer lezen in dit dikke blad boordevol inspiratie voor koken met voedselintoleranties, kijk dan op www.zondermeermagazine.nl

ZonderMeer magazine


Steeds meer mensen hebben te kampen met voedsel allergieën of intoleranties. Het zal de oplettende lezer niet zijn ontgaan dat ik al jaren glutenvrij kook. En sinds een tijdje ook zonder koemelkproducten, aangezien Jasmijn deze helaas nog steeds niet kan eten zonder buikpijn te krijgen. Ergens op bezoek gaan of uit eten is met ons gezin is dus een verwarrende bezigheid, als ik weer moet uitleggen wie wat wel en niet mag. Gelukkig wordt ik er thuis steeds bedrevener in. De truc is om door beperkingen niet bij de pakken neer te zitten, maar je er juist door te laten inspireren. Met een beetje creativiteit leer je allemaal spannende nieuwe etenswaren kennen die je kookkunsten juist zullen verrijken.

Er verschijnen intussen ook meer en meer boeken over koken met voedsel intoleranties en allergieën, en nu is er ook een heuse kookglossy: ZonderMeer magazine. En wie werkt daaraan mee, u raadt het al, ondergetekende. Vandaar dus dat ik bij deze graag reclame maak: kijk gauw op de ZonderMeer website voor waar het te verkrijgen is. Het is een superdik en prachtig blad, boordevol recepten, tips en trucs voor de lekkere, eenvoudige, bewuste, duurzame en allergievrije keuken!

Voor ZonderMeer magazine verzorg ik onder andere een serie kinderlunches, voor thuis, school en onderweg. Om het net even wat makkelijker te maken als je niet weet wat je je kind elke dag moet meegeven. Maar ook een aantal recepten voor volwassenen, zoals dit heerlijke recept voor Halloumisalade. Kijk snel naar de volgende post voor dit recept!





Thursday, 5 July 2012

Tropisch jeugdsentiment




Wat blij word ik van reacties op mijn net verschenen boek ‘Tussen koppensnellers en krokodillen’. Nageslacht van oud klasgenoten, of juist compleet vreemden, ik word helemaal vrolijk als ik hoor dat kinderen ervan hebben genoten.
Het boek over Lotte in de tropen is ook bij de huidige expatkinderen populair. Het hoofd van mijn oude school in Maleisië stuurde een foto van twee van zijn leerlingen, trots poserend met het boek voor de nieuwe speeltuin. Heel speciaal voelt het, dat mijn boek nu gelezen wordt op die o zo bekende en toch ongelofelijke verre plek aan de andere kant van de wereld. Vreemd ook, om te zien dat die plek na bijna dertig jaar zonder mij nog gewoon bestaat.

Verschrikkelijk jammer is het dan ook om te horen dat het kamp, waar ik drie jaar heb gewoond en het boek zich afspeelt, volgend jaar tegen de vlakte gaat. Dat de school niet meer zijn oude naam draagt, maar een internationale school is geworden waarin Nederlands alleen nog maar een bijvak is. Het lijkt hetzelfde gebleven. Maar toch is alles anders. Mijn geplande bezoek volgend jaar zal te laat komen.

Ik troost mezelf: er blijft nog genoeg te zien. Ik zoek oude foto’s op, voor artikelen en recensies, en vergaap me aan mezelf. In het speelhuisje in de tuin onder de hoge casuarina bomen. Met mijn broertje en zus in het opblaasbootje in de door de moesson vol geregende tuin. In de golven van de altijd warme zee. Met zwierige staartjes aan het strand. Jeugdsentiment alom.

Door de verbleekte plaatjes proef ik ook weer de sterke smaken van toen. Ik zie onze ama de bananenbladeren uitvouwen met daarin geurige boemboes. In gedachten prikkelen de pittige, zoete en kruidige smaken mijn neus. Gelukkig is dit iets wat we ook in een koud Europa kunnen nabootsen. Vandaag eten we Maleis!


Maleise Eiercurry

1 kleine ui
1 theelepel kurkuma
1 theelepel koriander
1/2 stengel lemongrass
2 cm geraspte gember
8 eieren
3 eetlepels kokospoeder
1 blik tomaten
2 eetlepels limoen sap
1 eetlepel bruine suiker
scheutje ketjap manis

Kook de eieren hard, ik neem er 2 per persoon voor volwassenen, 1 voor peuters. Bak de gesnipperde ui en de kruiden aan in wat olie, en bak na een paar minuten de gepelde eieren een paar minuten mee, tot ze mooi rood-geel kleuren. Voeg dan de tomaat, kokos, suiker en ketjap toe. Laat tien minuten sudderen, breng op smaak met het limoensap. Serveer met rijst en een groente, bijvoorbeeld roergebakken boontjes.

Dit stuk verscheen ook op www.moodkids.nl

Thursday, 28 June 2012

Zuur gekookt


Er kwamen vrienden eten, en omdat ik wist dat mijn vriendin een tijdje in Ecuador gewoond had en gek was op Zuid Amerika besloot ik weer eens ceviche te maken. Ceviche, spreek uit cebiche, met de c als s, is een koud visgerecht waarbij de vis niet gekookt wordt door warmte maar door zuur. Dat zuur is meestal citroen of limoensap, soms ook azijn. Het kan van alles uit de zee gemaakt worden. In mijn geheugen gegrift staat nog hoe, tijdens mijn eigen verblijf in Ecuador, op de Galapagos eilanden de moeder van mijn gastgezin thuiskam met een grote emmer vol vreemde zwarte schelpen.
Bij nadere inspectie bleken het die schelpen te zijn die je als zwarte reuzenpissebedden tegen de rotsen geplakt kunt zien zitten.



Chiton, heten ze, en die naam past goed bij hun uiterlijk als levend fossiel. Nadat ik en de andere buitenlandse studente lang genoeg de emmer in gestaard hadden werd de rest van de middag besteed aan het witte vlees uit de schelpen te wurmen. Geen makkelijke taak, en de hele familie hielp mee. 

  
  

Daarna werden ze overgoten met rijkelijk limoensap, en werden handenvol gehakte koriander, chilipeper en tomaat toegevoegd. 

Reikhalzend verscheen ik die avond aan tafel, om diep teleurgesteld te zien dat er kip op het menu stond. Het bleek dat de ceviche bestemd was voor familiebezoek die avond. Ze hadden geleerd dat hun westerse gasten liever kip aten. Maar natuurlijk mocht ik proeven, en na het eten kreeg ik een royale kom. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat de knisperverse schelpdieren in hun frispittige saus een waar genot waren, en sindsdien ben ik fan. Het gerecht wordt door heel Zuid Amerika geserveerd, in vele verschijningvormen en kwaliteiten. In Mexico brandden we onze mond aan de lokale Aquachile, een pittige variant met veel hete chili. Zelfs in Afrika, in Madagaskar, proefden we een versie met verse groene peper en vanille.

De ceviche die ik afgelopen weekend op tafel zette was minder exotisch. Je kunt feitelijk elke stevige soort witte zeevis gebruiken die je lekker vind. Zorg wel dat hij goed vers is. Ook rauwe garnalen of schelpdieren zijn prima. Het recept is heel erg makkelijk en je kunt goed variëren. Het lastige is feitelijk hoe lang de vis te laten marineren. Net als wanneer je vis bakt is het belangrijk de balans te vinden tussen ongaar en overgaar. Laat je hem te lang staan dan wordt hij droog en valt hij uit elkaar. Te kort dan eet je rauwe vis. Hoe lang goed hangt af van het soort vis dat je gebruikt en je eigen smaak. Zelf vind ik ongeveer een uur lang genoeg, dan heeft de vis nog wat beet, maar sommigen laten hun ceviche enkele uren staan. Het leuke is dat je het kookproces goed kunt zien: tijdens het marineren zie je transparante vis langzaam ondoorzichtig worden. 



Ceviche

200 g verse vis en/of garnalen
flink wat limoenen en/of citroenen
handvol koriander
een of meer chilipepers naar smaak
om te serveren, optioneel, fijngesneden tomaat, avocado, groene salade

Snijd de vis in stukjes van een ruime centimeter. Pers de limoen en of citroen uit tot je genoeg sap hebt zodat alle vis onderstaat. Snijd de chilipeper en koriander fijn en roer alles door elkaar. Laat het geheel minimaal een uur, maximaal twee uur marineren op een koele plek. 

Thursday, 21 June 2012

Portugese inktvis



In de Portugese supermarkt juichte ik bij het zien van het prijskaartje bij de glibberige berg inktvissen met blubberogen die voor me uittorende. Die zouden geweldig smaken op de barbecue. Hebberig trok ik een nummertje. Nadat de trage verkoopster elke bejaarde van het stadje geholpen had aan minstens drie soorten vis, die in verschillend formaat stukken moesten worden gehakt alvorens langdradig gewikt en gewogen te worden, en Tijm en Linde alle fruit en speelgoed uit de winkel in mijn mandje hadden geladen was ik eindelijk aan de beurt. Al omkijkend en nee, nee , niet die bal, leg die hoepel weg, we hebben genoeg aardbeien scanderend, wees ik haastig naar de glimmende stapel, vijf vingers opstekend en cinco mompelend, hopend dat dat hier vijf betekende, of anders dat de verkoopster in ieder geval Spaans begreep. Nog geen minuut later maakte ik me met mijn buit haastig uit de voeten.

Die middag, gebogen over de gootsteen, dacht ik met weemoed aan de dure, maar helder witte buizen uit de engelse supermarkt. Schoonmaken van inktvis is een rotklusje. De kop en de ingewanden heb je er redelijk makkelijk uit. Je trekt aan de kop en het meeste komt mee. Met je vingers controleer je de lillende binnenkant van de zak of er niets onsmakelijks is blijven zitten. Ook het harde plastic schild trek je er makkelijk uit. De tentakels snijd je van de kop, die zijn het lekkerst, maar de kop zelf en de harde papagaaien bek laat ik liever links liggen. Dan denk je dat je er bent, maar het ergste moet nog komen. De huid. De gestipte bruine huid moet van het lijf afgestroopt. En daarmee neemt de inktvis wraak op zijn opeter. Die huid laat heel lastig los. Soms, net als bij een lastig pelbaar ei, trek je opeens een mooie strook weg. Maar verder is het veel priegelig peuteren. Tobbend troostte ik me met de gedachte dat deze vers schoongemaakte exemplaren extra lekker zouden smaken.


Gevulde Portugese inktvissen

Pers persoon 1 inktvis, schoongemaakt (zie hierboven), lijf en tentakels
1 kopje gekookte rijst
1 ui
2 tenen knoflook
100 g chouriço (of Spaanse chorizo)
1 theelepel paprikapoeder

Snijd de chouriço, ui en knoflook fijn. Fruit de ui aan in wat olijfolie, bak de knoflook even mee en bak dan de chouriço uit. Doe er op het laatst de fijngesneden inktvistentakels bij en bak nog even door. Haal dan van het vuur en voeg aan het mengsel de rijst en het paprikapoeder toe en roer goed door. Vul de lijven van de inktvissen met het mengsel en maak dicht met een cocktailprikker.

Je kunt de gevulde inktvissen op een aantal manieren klaarmaken. Wij grilden ze op de barbecue, maar dat kan ook in een goede grilpan. Ze hoeven niet lang, bij lang verhitten wordt inktvis rubberig, en de binnenkant is immers al gaar. Ook kun je ze stoven in een simpele, kruidige tomatensaus, ongeveer een half uur in een hete oven. 

(Met dank aan Omi voor de foto's)

Friday, 15 June 2012

Bakkeljauw en bonen



We waren weer eens op vakantie, want daar kunnen we geen genoeg van krijgen. In Portugal, deze keer, waar mijn schoonouders zijn neergestreken in hun witte huis in de heuvels. Het weer was er mild, en in ieder geval ietsje droger dan hier. We konden buiten eten. Meestal. Het mooie groene landschap verraadde het al: soms regent het hier. Maar vaak genoeg verdwenen de wolken even voor de zon, en konden wij ons baden. Een heerlijk klimaat. Waar de tuinbonen thuis nog in de knop stonden toen we vertrokken hingen ze daar al dik aan de ranken. Op de markt kochten we zakken vol en zetten de kinderen aan het werk. En, in Portugal maakte ik ze natuurlijk klaar op zijn Portugees, gebakken met chouriço, de lokale variant van chorizo, en koriander.

De Portugese keuken kende ik eigenlijk niet goed, maar het was liefde op het eerste gezicht. Aardse, landelijke smaken. Pure ingrediënten van goede kwaliteit. Veel stoven, braden en grillen. Zelfs bij het eerste de beste onbeduidend ogende eettentje in de bergdorpen at je verrukkelijk. Ietwat vet en zout naar mijn smaak, maar hé, het is vakantie. Ook thuis, in de keuken van het witte huis met de rode pannen koken we Portugees. Ik neem de tuinbonen voor mijn rekening en Opi maakt bakkeljauw, de Portugese gedroogde en gezouten kabeljauw. De bakkeljauw, of bacalhau in het portugees, is zo’n beetje het nationale gerecht van Portugal. Het staat altijd in verscheidene varianten op het menu, als kroketten, stoofschotels, met tomaten, saus, of als de 'specialiteit van de kok'. De smaak is heel speciaal, zoutig maar ook wat warmer dan verse kabeljauw. Hij wordt vaak gecombineerd met aardappels, en dit grecht dat Opi voor ons maakte op onze eerste vakantie dag was een heerlijk begin van een heerlijke vakantie.


Opi’s bakkeljauwschotel met aardappel

1 kg aardappels
ongeveer 700 tot 900 g bakkeljauw
200 ml room
2 tenen knoflook
1 ui
handvol gehakte peterselie
snuf nootmuskaat

Bakkeljauw is erg zout, en je moet hem dus eerst goed afspoelen, dan een tijdje laten weken, liefst overnacht. Ververs af en toe het water, om het zout weg te spoelen. Je moet zorgen dat de vis precies zout genoeg is, en het hangt van de vis af hoe lang je precies moet laten weken. Spoel hem dan weer af, en snijd hem in stukken. Breng in ruim water aan de kook, laat tien minuten doorkoken en giet weer af.
Schil de aardappels en kook ze goed gaar. Prak ze met een vork grof fijn in een royale ovenschotel. Maak ook de bakkeljauw fijn en meng hem door de aardappel. Fruit de ui en knoflook even aan, en meng die met de room, peterselie en nootmuskaat, en giet dit mengsel over de schotel. Bak het geheel ongeveer een half uur in een hete oven van 180 graden.


Tuinbonen met chouriço en koriander

Flink stuk (ongeveer 150 g) chouriço (of als je die niet kunt vinden Spaanse chorizo)
1 teen knoflook
1 ui
1 theelepel paprikapoeder
handvol fijngesneden koriander
bouillon

Dop de tuinbonen. Fruit de chouriço of chorizo in stukjes aan tot hij knapperig is, voeg dan de fijngesneden ui en knoflook mee en bak ze glazig. Voeg dan de tuinbonen toe en roer goed door. Overgiet het geheel met bouillon en laat het zachtjes (in)koken tot de tuinbonen gaar zijn. Bestrooi met de koriander.

Je kunt een heleboel soorten groenten op dezelfde manier klaarmaken. Thuisgekomen maakte ik een restje chouriço op in een schotel met groene asperges, tuinerwtjes en de groene toppen van de erwtenplanten.