Showing posts with label erwten. Show all posts
Showing posts with label erwten. Show all posts

Tuesday, 24 May 2011

Kippers


Na bijna vijf jaar op dit eiland merk ik dat ik langzaamaan Engelser wordt. Zomers ga ik steeds vaker de straat op zonder jas, ook als het koud is. Mijn decolletés worden dieper. Ik zeg te pas en te onpas sorry. En ook mijn smaak verandert. Dit weekend at ik zomaar met smaak een bord vol ‘sunday roast’ op. Met gammon, vettige geroosterde aardappelen, gefrituurde parsnips. De jus, yorkshire puddings en stuffing liet ik nog net staan, maar was het niet om de gluten die er in zaten, dan had ik vast en zeker ook die gretig verorberd.

Ook in mijn eigen keuken kook ik steeds vaker Engelse klassiekers: Fish pie, fish cakes, roast dinners, chicken tikka masala (het favoriete gerecht van de natie). Bij het ontbijt serveren we weetabix en toast met Marmite, in het weekend aangevuld met baked beans en scrambled eggs. En eigenlijk is die Engelse keuken zo gek nog niet. Het is allemaal wat te vet, te zwaar en te zoet. Maar daar wen je aan. En, als je zelf kookt, dan halveer – of decimeer - je gewoon de hoeveelheid vet.

Zoals wij onze zoute haring hebben, hebben de Engelsen de kipper: Een opengesneden, gezouten en gerookte haring. In Nederland heet hij bokking, en zul je hem bij een goede visboer kunnen vinden. Hier ligt hij gewoon bij de supermarkt, alhoewel je moet uitkijken, want de kwaliteit is op zijn zachts gezegd wisselend. Als hij koudgerookt is moet hij nog worden verhit, anders kun je hem zo eten. Om hem wat minder zout te maken pocheer je gezouten vis even in melk of water.

Een smakelijk gerecht, dat je kunt maken met kippers, is kedgeree. Het is traditioneel een ontbijtgerecht, door de Victoriaanse dames en heren meegebracht uit India om de toch al niet schamele ontbijtbuffetten verder op te luisteren. Het is een goede manier om restjes vis en groente op te maken, en de samenstelling luistert dan ook niet zo nauw. Vaak wordt er gerookte schelvis of kippers voor gebruikt, maar als je die niet kunt vinden neem dan een andere soort vis die je lekker vindt, bij voorkeur gerookt. En, mocht je ’s ochtends niet staan te springen om pittige rijstschotels met vis dan eet je het gewoon later op de dag. Dat doen wij ook. Zo Engels zijn we blijkbaar nog niet.


Kedgeree
(voor 2 personen)

twee porties gekookte rijst
1 gesnipperde ui
2 theelepels (madras) currypoeder
2 hardgekookte eieren
2 kippers, of 2 ons andere vis, schoongemaakt en in stukjes
een handvol gekookte erwtjes
een handvol platte peterselie
1 fijngesneden lenteui
twee eetlepels citroensap

Verhit wat olie in een wok of grote koekenpan en fruit de ui aan met het currypoeder. Doe als de ui gaar is de rijst erbij en bak hem een aantal minuten. Gebruik je rauwe of koudgerookte gezouten vis, bak, gril of pocheer hem dan kort en maak hem fijn tot stukjes van ongeveer een cm. Snijd de hardgekookte eieren in stukjes. Meng de erwtjes, vis, eieren, lenteui, platte peterselie en het citroensap erdoor. Maak op smaak met peper en zout.

Friday, 18 February 2011

Erwtensoep anders


Er mogen nog wel wat zwangerschapskilo’s af. Niet dat ik te dik ben, maar ja, die slanke spijkerbroeken, zonder wijde elastieken bovenband, lonken me toe in de kast. Ze komen niet over mijn mama-dijen heen. Die moeten er dus af, die dijen. En die blubberbuik ook. Papa heeft een bescheiden bierbuikje en wil wel meedoen. We gaan op dieet. Ik overweeg lichte maaltijden. Salades. Rauwkost. Eigenlijk eten we al best gezond. Ja, bedenk ik, bij nader inzien, wel veel kaas. Kaas is vet. Maar we eten ook veel groentes. En groentes zijn gezond. Zo mijmer ik nog even door. De inspiratie komt niet. Ik heb geen zin in salades. Buiten is het koud. Guur. Zelfs te kil voor een halfwarme, lauwe salade. Ik wil stevige kost. Ik moet immers melk produceren. Krachtvoer, daar heb ik zin in. Met veel calorieën. Verwarmend. Die buik, daar helpt toch geen dieet aan. Daarvoor helpen alleen heel veel, uiterst pijnlijke, buikspier oefeningen.

Dus besluit ik: erwtensoep. Echte februarikost. Een paar jaar geleden maakte ik hem voor het eerst. Naar Hollands recept. Met split green peas, want in Engeland hebben ze geen spliterwten. Split green peas klinkt als spliterwten, leek me. Zo zagen ze er ook uit. Kleine, halve, grijsgroene erwten. Maar toch ging het ergens mis, met de peas. Ze kookten, en kookten, en kookten. Maar het bleven wat ze waren, split green peas. Harde kleine erwtjes. Geen lekkere groene smeuïge massa. Na nachten weken en uren, en nog een paar uren, koken ging de pureerstaaf erin. Zelfs dat hielp niet. De textuur bleef grof, met kleine velletjes. Teleurgesteld gaf ik het op. Dit jaar bood oma uitkomst. In mijn voorraadkast staan ze op een rij. Doosjes echte spliterwten, uit Holland. Tijd voor een herkansing. Dit werd het. Geen Hollandse erwtensoep deze keer. Ook geen Engelse. Gewoon, erwtensoep. Maar dan anders. Zonder spek en worst. Toch nog een beetje light.

Erwtensoep anders

500 g spliterwten
2 liter water of bouillon
2 flinke penen, in kleine blokjes
1 stengel selderij, liefst met blad, in stukjes
1 ui
1 theelepel kurkuma
2 theelepel gemalen koriander
1 theelepel komijn
2 laurierblaadjes

Breng de spliterwten met 2 liter water aan de kook, en laat onder af en toe roeren ongeveer een uur koken totdat ze bijna gaar zijn. Hak intussen de ui fijn en fruit aan in wat olie. Voeg de gedroogde specerijen en de laurier toe en bak een paar minuten tot de ui zacht is. Voeg dan de peen en selderij toe en bak nog een paar minuten door. Voeg dit mengsel na het uur koken toe aan de erwten en kook het geheel nog een half uurtje door. Breng op smaak met peper en zout. Je kunt de soep of zo laten, of pureren tot een gladde massa. Je kunt hem meteen eten, of een nachtje laten staan. Dan staat je lepel er rechtop in. En is hij extra lekker.