Showing posts with label havermout. Show all posts
Showing posts with label havermout. Show all posts

Wednesday, 9 May 2012

Proef je boek



‘Olle was een beetje verdrietig dat niemand zijn viskoekjes wilde hebben. En Britta was zeker bang dat hij zich eraan zou kunnen vereten, want ze zei: ‘Je kunt mijn laatste krakeling hebben, Bosse, maar je moet eerst Olle’s viskoekjes opeten.’
Bosse at het eerste viskoekjes op alsof het niets was. En de tweede gleed ook vlot naar binnen. Al ging het een beetje langzamer. Hij moest zuchten toen hij met de derde begon. Maar Britta hield hem de krakeling voor zijn neus. En toen werkte Bosse ook het derde viskoekje naar binnen. Toen pakte hij de vierde.’

Sommige fragmenten uit kinderboeken blijven je altijd bij. In je hoofd gaan ze fladderen, rondzingen en een eigen leven leiden. Zodanig dat je, soms, het origineel niet meer durft terug te lezen, uit angst dat de werkelijkheid tegenvalt. Andere boeken heb je zo stuk gelezen dat je ze uit je hoofd kent. Je kent de tekst, woord voor woord, en kunt de plaatjes dromen. Toch mist er een dimensie. Je kunt het boek niet ruiken, en niet proeven. Eten waarover je leest eet je dus alleen in je verbeelding. Zo proefde ik de viskoekjes in dit fragment, (uit ‘De kinderen van Bolderburen’ van Astrid Lindgren) jarenlang enkel in mijn hoofd.
Tot ik op een dag besloot, dat ik mijn nieuwsgierigheid en geduld niet langer kon bedwingen. Ik moest ze maken.
Maar hoe? Internet bood geen uitkomst, de Zweedse viskoekjes die ik googlede leverden enkel recepten op die leken op de Engelse viscakes, op basis van aardappel. Die kende ik goed, en ze klopten niet met mijn fantasie. Echte koekjes moesten het wezen. Het zou natuurlijk kunnen dat het hier een vertaalverwarring betreft. Engelse cakes zijn geen koekjes maar taartjes, dus wellicht de Zweedse ook niet? Helaas, mijn Zweeds is niet toereikend om het antwoord te vinden. Maar, omdat mijn fantasie de mijne is, en alles daarin zo mag zijn als ik het wil, bedacht ik mijn eigen recept. Echte viskoekjes. Een beetje van Olle. En een beetje van Karien.

Olle’s viskoekjes

1 ei
200 g (glutenvrije) havermout
100 g (glutenvrij) meel
1 blikje tonijn (200 g)
1 blikje makreel (125 g)
kappertjes
dille
100 g boter of margarine
1 ui

Hak de ui heel fijn, en meng de ui, het ei, het meel, de havermout met de boter door elkaar. Snijd de vis en de kappertjes fijn en voeg die, samen met de dille door het deeg. Vorm met je handen ronde koekjes van een kleine centimeter dik, en leg ze op een bakblik. Bak ze minimaal 15 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden. Laat ze even afkoelen voor je ze van het bakblik haalt. Je kunt de koekjes zowel koud als warm eten.

Dit stukje verscheen eerder op Moodkids


Wednesday, 20 April 2011

Lust ik niet


Ooit waren Tijm en Linde goede eters. Alles ging erin in sneltreinvaart, zelfs groente verdween, hap voor hap. Niet altijd, maar meestal wel. Ergens ging het mis, de klad kwam erin. Om de beurt of tegelijk zeiden ze nee. Duwden ze hun bord weg. Tijm weigert stelselmatig alle groen. Linde ziet eten als leuk speelgoed. Ze priegelt ermee, stopt het in haar mond, rolt het rond en spuugt het weer in haar vingers. Dan biedt ze het mij aan. Nee, bedankt. Af en toe ging het beter, maar toen kwamen er waterpokken, griep, oorontsteking en waren we weer terug bij af. Met zieke kindjes ben ik coulant, maar na wekenlange ongezonde ziekenkost van baked beans, vissticks en tomatensoep uit blik, is het uit met de pret. We gaan weer gezond eten. Papa gooit er spinaziepannenkoeken tegenaan. Gezond, maar het blijft vals spelen. Nu is mama aan de beurt. Die gooit alle registers los. Het worden visballetjes. Gebakken in een krokant jasje. Groente zit erin, maar ook mama speelt een beetje vals, de groente wordt verstopt. Binnen in de balletjes. Wantrouwend kijkt Tijm toe in de keuken. Als de courgette en de wortel verschijnen roept hij ‘Nee, niet groen. Dat lust ik niet.’
‘Wortel is niet groen,’ merk ik fijntjes op.
‘Jawel,’ vindt Tijm, en daar is alles mee gezegd.

Als de balletjes op tafel staan roept hij hard, ‘Nee, ik houd niet van visballetjes.’
‘Eentje proeven,’ dring ik aan. Hij doet het, onwillig.
‘En, vind je het lekker?’ vraag ik.
‘Nee,’ schudt hij. ‘Ik vind het niet lekker.’ Hij eet het bord helemaal leeg.


Balletjes van vis en groente

300 g gemengde vis (zalm, schelvis, koolvis, alles kan)
1 kleine courgette
1 wortel
1 ei
4 eetlepels (glutenvrije) havermout
polenta of paneermeel
verse kruiden (peterselie, dille of tijm)

Hak in een keukenmachine de vis snel grof fijn. Rasp de courgette en de wortel fijn en roer ze erdoor. Roer het ei, de havermout en de kruiden erdoor. Laat het mengsel minstens een uur opstijven in de ijskast. Rol er dan kleine balletjes van, schijven kan ook, dan worden het burgers, en rol ze door de polenta of de paneermeel. Bak ze in enkele minuten krokant in hete olie. Lekker met een yoghurt-dille-honing sausje, een groene salade en gebakken nieuwe aardappeltjes.

Friday, 11 February 2011

Koekjes bakken


Wat moet je doen op een regenachtige februarimiddag met twee dreinende peuters? Koekjes bakken natuurlijk! Tijm is meteen enthousiast. Ook Linde juicht. ‘Koekoes!’
We zetten de ingrediënten klaar. Tijm weet wel wat erin moet.
‘Meel. Eieren,’ somt hij op. Hij pakt de melk al uit de ijskast.
‘Nee, melk hoeft niet in deze koekjes,’ antwoord ik. ‘Wel boter.’
En havermout. Ik heb een tijdje geleden de glutenvrije havermout ontdekt. Heerlijk, als ouderwetse ontbijtpap, als vulmiddel in fruitshakes, en natuurlijk voor koekjes. Echte oatmeal cookies. Ontzettend makkelijk. Een peuter kan de was doen. Eerst mixen we de boter en de suiker. Ze vinden het mengsel meteen al smakelijk. Twee handjes met tien kleine vingertjes gaan de kom in. ‘Lekker,’ grijnzen twee vet glimmende snuitjes.


Dan mixen we het ei, meel, bakpoeder, zout erdoor. Tijm wil ook roeren. Ik geef hem een houten lepel. Linde’s tong ontfermt zich over de mixer. Het beslag is goed gemengd.

Tijd voor de havermout. Tijm mag die erdoor gooien. En roeren.

Nu komt het leuke werk. ‘Wat moet erdoor?’ vraag ik.
Het antwoord is geen verrassing. ‘Rozijntjes,’ joelt Tijm.

Hij schudt de pot royaal uit boven de beslagkom. ‘Stop!’ roep ik. ‘Niet zoveel.’
Ik red de bovenste laag rozijntjes uit de kom, voordat het rozijnenkoekjes met havermout worden. Linde wil chocolade. Mama kiest voor kardemom. Alles mag in deze koekjes. We roeren het deeg tot het netjes gemengd en stevig is.


Tijm en ik kneden koekjes. Ik mooie ronde, en Tijm mooie grillige. Linde eet het deeg.


Dan gaan de koekjes in de oven. Ze hoeven niet lang. Amper lang genoeg om de keuken op te ruimen en af te dweilen. En dan komt het moeilijkste: wachten tot de koekjes afgekoeld zijn.


Havermout koekjes
170 g boter op kamertemperatuur
200 g (bruine) suiker
100 g (glutenvrij) meel
1 ei
250 g havermout
theelepel bakpoeder
snuf zout

Klop de boter en suiker met een mixer of garde in een paar minuten romig. Doe het ei erbij en mix nog even. Voeg dan het meel, bakpoeder en zout toe en meng weer. Roer er vervolgens de havermout en overige ingrediënten door. Die kunnen van alles zijn. Een klassieker is rozijnen en kaneel. Maar je kunt ook denken aan noten, gedroogde cranberries of abrikozen. Stukjes chocolade of snoep. En allerlei kruiden. Gember, kaneel, kardemom, nootmuskaat. Geraspte kokos. Laat je fantasie, of beter nog die van je kinderen, de vrije loop.
Vorm van het deeg dan platte koekjes van een krappe centimeter dik. Groot of klein maakt niet uit. De vorm ook niet. Bedenk we dat ze iets zullen uitlopen.

Bak de koekjes ongeveer 15 minuten op 180 graden, tot ze goudbruin zijn, op een ingevette of bebakpapierde bakplaat. Laat de koekjes goed laten afkoelen voor je ze van de bakplaat haalt, anders vallen ze uit elkaar.