Showing posts with label sinaasappel. Show all posts
Showing posts with label sinaasappel. Show all posts

Monday, 6 June 2011

E410


Het is heerlijk warm weer. En de kinderen zijn dol op ijsjes. Het liefst eten ze ze de hele dag, een slot op de vriezer is geen overbodige luxe. Gelukkig maken we waterrijsjes zelf. Want als mama ergens heel erg veel verstand van heeft dan is het van ijsjes. Daar heeft ze immers jarenlang haar brood mee verdiend. Ze draait er haar hand niet voor om. En: Mama heeft een trucje. Kent u ze, die zelfgemaakte ijsjes waar je alle fruit zo uitzuigt? Zodat je met een smakeloze klomp doorzichtig ijs achterblijft. Bij de ijsjes die je koopt heb je dat nooit. Ja, denkt u, ze stoppen ze vast vol met allemaal nare E-nummers. Dat klopt. E410 bijvoorbeeld. Maar nu is het tijd uw E-nummer vooroordelen opzij te zetten. Het ene E-nummer is namelijk het andere niet. Sommige zijn inderdaad nare chemische goedjes, die je je kinderen liever niet voorschotelt. Maar anderen zijn volstrekt onschuldige en natuurlijke ingrediënten. Neem nou bijvoorbeeld E330. Dat kent u misschien beter als citroenzuur. Of E100, dat heeft u vast ook wel in de kruidenla, kurkuma, oftewel geelwortel. En deze kent u ook wel: E300, beter bekend als vitamine E.

En zo is ook E410 een heel nuttig stofje: johannesbroodpitmeel. Een verdikkingsmiddel, gemalen van de kiemende zaden van, jawel, de johannesbroodboom. Puur natuur, je koopt het bij de natuurwinkel. Het wordt vaak aan baby’s gegeven die last hebben van reflux, om de melk in te dikken. Dat kunnen we dus ook de oudere kinderen zo geven. Het wordt heel veel gebruikt in de voedingmiddelen industrie, als bindmiddel. En het zal ervoor zorgen dat je het fruit niet uit de ijsjes zuigt. Het vergt wat oefening in het gebruik, want het lost niet makkelijk op, en klontert graag. Maar mama heeft nog een trucje. Neem een theelepel johannesbroodpitmeel en meng die goed door ongeveer 5 eetlepels suiker. Voeg dan klein kopje heet water toe en roer goed tot een dikkige siroop ontstaat. Voeg deze toe aan je ijsmix en klaar is kees. Voor de waterijsjes kun je alles gebruiken wat je lekker vindt. Vruchtensappen, gepureerd vers fruit, of gewoon limonadesiroop. Denk er wel aan dat koude dingen altijd wat minder sterk smaken dan dingen op kamertemperatuur, maak de ijsmix dus iets sterker en zoeter dan als je hem zou drinken.

Sinaasappellollies

1 liter sinaasappelsap
sap van 1 citroen
5 eetlepels suiker
1 kopje kokend water
1 theelepel johannesbroodpitmeel
ijsvormpjes

Meng zoals hierboven beschreven het johannesbroodpitmeel met de suiker en het water toe een siroop. Voeg het sinaasappel en citroensap toe, giet in de vormpjes en laat opstijven in de vriezer.

Friday, 3 December 2010

Warme bisschopsdranken


Ik haat koud, guur weer en december is wat dat betreft niet mijn favoriete maand. Maar gelukkig is er zoveel leuks en lekkers om het donker te verjagen. Al weken ben ik me aan het inlezen over christmas cakes en mince pies. Maar het beste komt eerst, het oer-Hollandse Sinterklaasfeest. Al heb ik een groot deel van mijn leven buiten Nederland gewoond, overal en altijd kwam de goedheiligman op bezoek. Ook mijn kinderen hebben al ontdekt dat de Sint met zijn stoomboot niet alleen Nederland aandoet. Dat vinden ze, net zo als ik destijds, heel normaal. De Sint komt dit jaar dus ook naar Engeland.

Opa en oma brachten een auto vol pepernoten, strooigoed, kikkers, muizen en suikerbeesten. Zelf bakte ik glutenvrije speculaastaart. De sinterklaasgeuren van mandarijnen en pepernoten vullen het huis zo sterk dat ze zelfs mijn zeer verstopte reukorgaan weten te bereiken. Eén ding ontbreekt nog om de geurenwolk compleet te maken: bisschopswijn. Er is niets beters om vrieskou te verdrijven.

Bisschopswijn
Rode wijn (2 flessen)
1 sinaasappel
1 citroen
handvol kruidnagels
1 kaneelstokje
suiker naar smaak
Steek de kruidnagels in de citroen en de sinaasappel. Zoveel als je lekker vind, het is niet snel te veel. Breng de wijn met de sinaasappel, citroen en kaneelstok zachtjes aan de kook. Laat een half uur sudderen zonder echt te koken. Breng op smaak met de suiker. Je kunt de wijn goed een dag van tevoren maken, dan trekken de smaken er extra lekker in. Serveer gloeiend heet. Voor de kinderen en zwangeren maak je kinderwijn, hetzelfde recept maar dan met druivensap. Suiker toevoegen is nu niet nodig.

Sinds we in Engeland wonen heb ik een nieuwe variant ontdekt: mulled cider. Een heerlijke warme drank op basis van appelcider. Of voor de kinderen van appelsap. Er zijn ontelbare recepten voor te vinden, dus leek het me leuk daar nog een aan toe te voegen: de bisschopscider. Heerlijk voor 5 december of elke koude winterdag. En daarvan hebben we er nog aardig wat te goed als ik het weerbericht mag geloven.

Bisschopscider
2 liter appelcider of appelsap
1 sinaasappel
2 mandarijnen
handvol kruidnagels
1 kaneelstokje
halve theelepel nootmuskaat
Suiker naar smaak
De bereiding is hetzelfde als bij de wijn. Maar pers nu als de cider een half uur gekookt heeft de sinaasappel en mandarijnen uit en voeg het sap toe.

Voel je vrij, zowel voor de wijn als de cidervariant, te experimenteren met verschillende kruiden. Lekkere toevoegingen zijn: steranijs, pimentkorrels, kardemom, vanillestokje.

Monday, 15 November 2010

Feestje

Kinderpartijtjes organiseren, you love it or hate it. Ik hoor bij de eerste categorie. Ik voel me graag weer kind. Taarten bakken, activiteiten bedenken, ballonnen opblazen. Het kost wat energie, maar als je dan het blije gezicht van je zojuist drie geworden zoon ziet is het het meer dan waard. Dit jaar, zeven maanden zwanger en met een gebroken voet, wilde ik het simpel houden. Zo makkelijk is dat niet. Ja, ik kocht pakjes drinken, kant en klare maskermaakpakketten en wat zakken chips. Maar taarten bakken laat ik me niet ontnemen. Anderhalf jaar geleden kocht ik met vooruitziende blik een geweldige cakejes mal in de vorm van treintjes. Nu Tijm zich ontpopt heeft tot de grootste trein fan was het thema van het feest snel ontstaan. Om het simpel te houden liet ik deze keer het meeste werk aan de peuters over: ze moesten de taartjes zelf versieren. Vorig jaar deed ik dat zelf. Voor alle zekerheid gebruikte ik het recept wat bij de mal zat. Na enig omrekenen, want amerikaans, was ik na meerdere pogingen met ongare, aangebrande treinsponzen erin geslaagd redelijk scherpe vormpjes te produceren. Helaas had ik de trucjes die ik toen geleerd had niet opgeschreven. Dit jaar wel. Minder bakpoeder, oven lager en langer bakken. Het werd een daverend succes.

Omdat er behalve driejarige peuters ook moeders, waaronder mijn glutenvrije zelf, aanwezig waren, en de kaarsjes toch ergens op moesten, bakte ik nog een taart. Mijn favoriete sinaasappeltaart, die ik vermomde als kindertaart onder een dikke laag treinenglazuur. Die viel bij de moeders minstens zo goed in de smaak als de treintjes bij de kinderen. Het is een van oorsprong Italiaans recept met amandelmeel, dus tarwe en glutenvrij. Maar zo lekker dat je het met plezier aan iedereen kunt voorzetten!

Sinaasappeltaart

2 sinaasappels

1 citroen (rasp en sap)

200 g gemalen amandelen

50 g kastanjemeel (kun je ook weglaten, voeg dan meer amandel of 50 g ander meel toe)

3 eieren

250 g suiker

1 theelepel bakpoeder

poedersuiker

Prik meerdere gaatjes in de sinaasappels, leg ze in een bakje, doe er folie overheen. Prik gaatjes in de folie en zet het geheel 5 tot 10 minuten in de magnetron, tot de sinaasappels helemaal zacht zijn. Je kunt ze ook koken in een pan water, maar dan duurt het ruim een uur voor ze zacht zijn. Hak of pureer de sinaasappels grof. Mix de eieren met de suiker tot het mengsel romig is, voeg dan de geraspte citroenschil, de amandelen, het kastanjemeel en het bakpoeder toe. Meng goed maar niet te lang.

Schep het mengsel in een ronde taartvorm (20 cm) en bak 45 minuten op 180 graden in een voorverwarmde oven. Voor de taart op de foto maakte ik twee keer de hoeveelheid en bakte hem in een grote platte ovenschaal.

Voor het glazuur meng je poedersuiker druppelsgewijs met citroensap totdat de juiste dikte is bereikt. Het hoeft geen hard glazuur te worden, een beetje druipend staat wel lekker zelfgemaakt. Ik versierde hem met gekleurd glazuur en snoepjes, maar voor een volwassener variant strooi je er wat geraspte citroenschil gemengd met lavendelbloemetjes overheen. Of iets heel anders. Of niets.

Monday, 8 November 2010

Hartverwarmende marmelade

Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar hier in Engeland is het bar en boos. De herfst is losgebarsten. Takken zwiepen, regen striemt tegen de ruiten en overal waaien blaadjes. Maar vooral is het koud. Het kwik is in een paar nachten gekelderd. Binnen blijven dus, en eten maken waar je warm van wordt. En wat kun je beter doen op een regenachtige dag dan jam maken? Het zomerfruit is op en het is tijd voor een echt winters recept: marmelade. De herfst is de tijd van het citrusfruit. Tijm werkt zich door bergen mandarijnen heen. Linde heeft de laatste appels uit de tuin op en doet braaf mee. Ik ga op zoek naar mijn favoriet: de Sevilla sinaasappel. Je kunt ook marmelade maken van gewone sinaasappelen, maar dat is toch niet hetzelfde, dus zoek goed bij de beter gesorteerde groenteboer of op de markt. De Sevilla heeft een sterke, bittere smaak en is rauw niet te eten. Maar in de marmelade.... Goddelijk.

Nu is zelfgemaakte marmelade al als zon op je toast, maar om het nog hartverwarmender te maken voegde ik wat extra’s toe: specerijen. Het resultaat is mild gekruid, niet scherp genoeg om je tong te verbranden, maar heet genoeg om de barste winter te door te komen. Er zijn vele recepten en manieren om marmelade te maken, sommige erg bewerkelijk. Mijn recept is relatief simpel.

Kruidige marmelade (ongeveer 5-6 potten)

1 kg (bij voorkeur Sevilla) sinaasappelen

2 citroenen

1,7 kg suiker (voor extra donkere marmelade kun je een deel bruine suiker gebruiken)

Specerijen naar smaak

Snij de sinaasappels door en schep het vruchtvlees en de pitten eruit. Sevilla sinaasappelen bevatten bijna geen sap, maar gebruik je gewone sinaasappelen dan kun je ze het beste uitpersen. Bewaar het in beide gevallen het sap, het vruchtvlees en pitten apart. Dan komt het leukste deel: snij de schillen in zo dun mogelijke reepjes. Bij voorkeur luciferdikte. Je hebt hier een goed scherp koksmes voor nodig. En geduld. Doe de schillen in een grote pan, voeg dan het sap toe van de sinaasappelen en de citroenen, aangelengd met water tot ongeveer 3 liter. De pitten en het vruchtvlees geven de klassieke bittere marmeladesmaak, maar je wilt ze niet in je jam. Bind ze daarom samen met eventuele andere smaakmakers in een stukje kaasdoek en hang dit in de pan, zodat ze subtiel hun smaak kunnen afgeven. Breng het geheel aan de kook en laat het zachtjes sudderen tot het vruchtvlees zacht is. Dat duurt een uur of 2. Voeg dan onder goed roeren de suiker toe en laat die oplossen. Breng dan weer aan de kook. Hoe donkerder je de marmelade wilt hoe langer je hem nu moet laten koken. Hij zal dan ook steeds dikker worden. Om te testen of hij goed van dikte is doe je een klodder op een koud bordje zodat het snel afkoelt. Je wilt dat hij niet van je brood afloopt maar ook niet te stevig wordt. Is hij te dik, voeg dan wat water toe. Is hij te dun dan kun je hem of langer laten doorkoken, of als je hem niet te bruin wilt hebben kun wat pectine toevoegen. Om klonten te voorkomen kun je dit het beste door een schepje suiker mengen voor je het toevoegt. Ben je tevreden over de smaak en dikte, giet dan de jam dan in gesteriliseerde (afwasmachine op hete stand is prima) potten.

En nu natuurlijk, de extra hitte: de specerijen, die je met de pitten in het kaasdoek hangt. Wat je wilt gebruiken is naar eigen smaak. Mijn hete tip:

2 gedroogde pepertjes

ongeveer een cm gemberwortel in stukjes.

1 kaneelstokje

3 kruidnagels

3 kardemompeulen

6 pimentkorrels

Voor een volwassen marmelade roer je er op het allerlaatst een paar eetlepels Cointreau of Cognac door. Potjes marmelade zijn ook leuke kadootjes, altijd handig om op voorraad te hebben voor december kadootjesmaand. Als je ze tegen die tijd niet allemaal zelf op hebt tenminste.