Showing posts with label paddestoelen. Show all posts
Showing posts with label paddestoelen. Show all posts

Wednesday, 12 December 2012

Andere burgers (kadootje zelf bijknutselen)


Aan het einde van onze straat zit een restaurant. Buiten is een speeltuintje, en boven de deur een breed, rood uithangbord. Op een bankje op de stoep zit een plastic beeld van een man. Een clown. Hij draagt een geel pak met rood-wit gestreepte armen, en hij heeft rood krullend haar. Boven op de gevel prijken twee grote, gele letters, met drie gebogen poten. In het donker lichten de letters op. Rijden we langs dit restaurant dan beginnen mijn kinderen in koor te brullen. Mama zucht, roept nee, en trapt snel op het gaspedaal. Om dan, ietsje verderop, in het Singaporese hawker centre, drie kinderen met boze gezichten rijst met kip en gebakken groente voor te schotelen. 

Wat is het toch aan dat ene restaurant dat zo’n ongelofelijke aantrekkingskracht heeft op kinderen? Zijn het de kadootjes die je krijgt bij een kindermaal? Zijn het de slappe burgers of gewoon de stiekem erg lekker krokante frietjes? Heel af en toe geeft mama toe. Ze is ook maar een mens. En anders maken we ze gewoon thuis, die burgers! 

Omdat we liever niet zo vaak vlees eten maken we de burgers vandaag van iets anders dan gewoon gehakt. We maken ze van paddenstoelen! Houden je kinderen niet van paddenstoelen? Niet gevreesd, de mijne ook niet. Maar in deze burgers proef je ze helemaal niet. Sterker nog, toen papa thuiskwam, een grote hap nam, en ik vroeg wat hij ervan vond, was ‘lekker’ zijn enige commentaar. ‘Niets bijzonders eraan?’ vroeg ik nog.

‘Nou, heel erg lekker eigenlijk, lekker sappig vlees.’


Vegetarische hamburgers van paddenstoelen
1 ui
1 teen knoflook
600 g paddenstoelen (bijvoorbeeld shi-take, oesterzwam, reuze oesterzwam)
2 eieren
150 g havermout
handje broodkruim
1 eetlepels vlozaad (dit maakt de burger steviger, maar kun je ook weglaten)
3 eetlepels tamari (japanse sojasaus)
1 theelepel mosterdpoeder
oregano
peper zout


Voor de burgers is het het lekkerst om niet alleen champignons, maar een mengsel van verschillende soorten paddenstoelen te gebruiken, die liefst een sterke smaak hebben. Shiitake en oesterzwammen bijvoorbeeld. 




Ik gebruikte daarnaast ook reuzenoesterzwammen, die heel stevig vlees hebben en daarom bijzonder geschikt zijn. Hak de ui en knoflook fijn en verhit wat olie in een grote koekenpan of wok. Hak ook de paddenstoelen heel fijn. Je kunt dit als je wilt doen in een keukenmachine of met de hand en een groot hakmes. Het moet geen puree worden, maar een beetje de textuur van gehakt krijgen. 



Doe de paddenstoelen bij de ui en bak ze een minuut of tien, totdat ze zacht zijn. Doe de sojasaus erbij en de mosterd, en laat nog even bakken zodat er zoveel mogelijk vocht kan verdampen. Laat het mengsel eventjes afkoelen, en voeg dan het ei en de havermout toe, oregano, peper, zout en de mosterd (gewone mosterd mag ook in plaats van poeder, maar je wilt zo min mogelijk vocht in je mengsel) Voeg dan zoveel broodkruim toe, zeker een goede hand vol, tot het mengsel stevig is en je er hamburgerschijven van kunt draaien. Ik voegde ook een eetlepel vlozaad (psyllium husk) toe, wat extra capaciteit heeft om vocht op te nemen. Met teveel vocht is er het risico dat de burgers uit elkaar vallen in de pan.

Bak de hamburgers in een hete koekenpan in een minuut of 10 gaar aan beide kanten, en eet ze zoals jij lekker vindt. Wij aten ze in een broodje met sla, tomaat, augurk en ketchup. Heel veel ketchup!

Als je wilt kun je er friet bij serveren. De mooie doos en het kadootje kun je er als creatieveling natuurlijk best bij knutselen, maar zonder smaken deze burgers kinderen ook heel best. 




Dit stukje verscheen eerder op www.moodkids.nl

Thursday, 23 August 2012

De wok


Terwijl Roel Jasmijn probeert stil te houden in haar buggy duik ik de Chinese winkel in, waar de schappen te dicht op elkaar gepropt staan om naar binnen te rijden. Tijm en Linde verdwijnen giechelend ergens in het labyrint. Ik stapel snel wat plastic borden, bekers en kommen in mijn armen. Die hebben we hard nodig, voordat de kinderen al het servies in ons gemeubileerde, tijdelijke appartement kapot gooien. Buiten hoor ik Jasmijn krijsen, en roept Roel, opschieten. Ik wil al naar de kassa lopen als mijn oog valt op een stapel in een donkere hoek van de winkel. Een stapel wokken. De keuken die we hier hebben is klein. De set IKEA pannen net zo klein en onhandig. Het kookt er niet fijn. Maar er zijn twee dingen in deze keuken die mijn kookhart sneller doen kloppen. De elektrische rijstkoker. En de gigantische wokpit. Alleen de wok ontbreekt. Ik negeer dus het gegil van Jasmijn en Roel, en ook het gestommel en geratel van Tijm en Linde. Ik probeer wel snel te beslissen, maar weet me geen weg door de verschillende soorten. Ik heb me niet ingelezen.
De oude, tandeloze Chinese eigenaar komt me helpen.
‘Is this a good one?’ vraag ik, een niet te zwaar, zwart exemplaar omhoog houdend.
No, no, schud hij, ‘very cheap, no good.’
Hij wijst naar een glimmend aluminium exemplaar.
‘En deze dan,’ wijs ik naar een plaatstalen, wat steviger wok.
‘No, that for restaurant. This good for home.’
Weer wijst hij naar het aluminium exemplaar. 
Buiten roept Roel weer: ‘Ben je nou nog niet klaar? De kinderen breken de tent af. Je ging even borden kopen!’
Ok, knik ik naar de aluminium wok, en reken snel af.


Thuisgekomen duik ik het internet op. Verschillende soorten, hoe te onderhouden, hoe maak je hem gebruiksklaar? Mijn aluminium blijkt niet de beste koop. Plaatstaal wordt aanbevolen, want dat is duurzamer en geleidt de warmte het beste. Maar aluminium is ook geen al te slechte geleider, het roest niet, en heeft als bijkomend dat je hem niet hoeft ‘in te werken’ en je hem direct kunt gebruiken. En, hij was niet duur, dus ik kan later altijd nog een plaatstalen kopen.


Nu wok ik dus elke dag ons eten. De eerste avond gooi er ik garnalen van de markt in. Zo, in wat olie, want specerijen heb ik nog niet in huis. Roel vraag wat ik ermee gedaan heb, nog nooit at hij zoiets heerlijks. Het zullen de verse garnalen van de markt, in combinatie met het uitzicht van het terras wel zijn. Verder maken we gebakken rijst, gebakken noedels, groenten in oestersaus, gefrituurde Japanse zoete aardappels, kokkels met gember, en noedelsoep. Allemaal gemaakt van de prachtige verse ingrediënten van de markt. Heerlijke, ongelofelijk makkelijke gerechten die ik zo in elkaar draai, zelfs in een kleine, onhandige keuken. 

  
Noedelsoep met paddestoelen en ei uit de wok

200 g vermicelli rijstnoedels
2 cm verse gember
1 teen knoflook
5 cm citroengras
150 g shi-take paddestoelen
150 g wood ear paddestoelen (kun je ook vervangen door oesterzwammen)
paddenstoelen bouillon (ik gebruikte gewoon blokjes, het mag ook groentebouillon zijn)
handvol taugé
een paar handen groente, ik gebruikte bok choy, kai lan en kang kong, maar je kunt ook bijvoorbeeld  paksoi, spinazie of Chinese kool gebruiken)
2 lente-uitjes
2 eieren

Kook water en bereid de rijstnoedels zoals aangegeven op de verpakking, meestal moet je ze een paar minuten weken in kokend water. Snijd de gember en knoflook fijn, en splits het citroengras in tweeën. Snijd ook de paddestoelen en de stelen en harde delen van de groente in stukjes. Verhit wat olie in de wok en bak de gember en knoflook even aan, en voeg dan de paddestoelen en harde stukken van de groente toe. Bak ze kort totdat ze beetgaar zijn. Voeg dan het citroengras toe en de taugé. Overgiet alles met kokende bouillon (of water en de bouillonblokjes) en breng het geheel aan de kook. Gooi dan de groene bladeren erbij. Klop de eieren los in een kommetje. Giet, al roerende, de eieren in een dun straaltje in de hete soep, zodat het ei stolt in kleine sliertjes. Voeg dan de noedels toe en serveer heet, gegarneerd met de fijngesneden lente-ui .

Met noedelsoep als deze kun je eindeloos variëren. Je kunt vis, garnalen, kip, vlees, tofu en alle soorten groente en kruiden toevoegen. Leef je dus uit en maak je eigen combinaties, elke keer weer.

Wednesday, 16 May 2012

Pesto passé?


Laatst stond ik met een onverwacht grote bos basilicum in mijn handen. Ik had maar een paar blaadjes nodig. Het heerlijk geurige kruid kietelde mijn neus en mijn fantasie, maar eigenlijk kon ik maar aan een ding denken, en dat is wat een overheerlijke pesto deze welriekende berg zou maken. Dus maakte ik een ouderwetse pesto genovese, door hem te mengen met pijnboompitten, veel olijfolie en een handje parmezaanse kaas. Pesto is typisch iets waar je jaren geleden de bladen vol van stonden. Een modeverschijnsel. Nu zie je het steeds minder, maar pesto’s zijn geweldig om restjes kruiden te verwerken, en ze maken het sufste gerecht spannend en smakelijk. De pesto is dus geenszins passé. Toch was het ook voor mij jaren geleden dat ik een klassieke Italiaanse pesto genovese had gemaakt. Die avond smulden we ervan, simpelweg door wat maïs pasta, samen met wat uitgebakken kastanjechampignons. Vaker doen, dacht ik die avond.
Toch maak ik, nu ik erover nadenk, heel vaak pesto’s. Ik vond zelfs nog foto’s in mijn archief. Allerlei soorten. De basisingrediënten voor een pesto zijn een flinke handvol kruiden, een goede olie en een handvol noten. Overige ingrediënten als kaas of knoflook voeg je toe naar smaak. Je kunt dus heerlijk experimenteren en variëren. Een van mijn favorieten is een pesto op basis van koriander, citroensap en amandelen. Deze friszure pesto past prachtig bij bijvoorbeeld wat zoute halloumikaas met geroosterde aubergine. Een rode pesto maak je door zongedroogde tomaten toe te voegen. Gebruik ook eens minder voor de hand liggend combinaties maken, zoals je pistachenoten, basilicum, koriander, citroenschil en sap. Of gooi gewoon je restjes noten en kruiden bij elkaar voor een verrassend resultaat.
Zoals er oneindig veel combinaties zijn om pesto van te maken zo zijn er ook oneindig veel toepassingen voor te bedenken. In pastasauzen, als smaakmaker voor soep, op te roosteren vis, in salades, of simpelweg gesmeerd op brood.
Ook meng ik een pesto graag door schotels die ik rooster in de oven. Dat deed ik ook in onderstaand recept, wat een lekker mengsel opleverde dat ik serveerde in pitabrood. In vegetarische gerechten levert de pesto door de gebruikte noten ook nog extra eiwitten op.



Paddenstoelen en aubergines in korianderpesto

Voor de pesto:
Bos koriander
Handvol cashewnoten
Handvol geroosterde amandelen
Sap van 1 citroen
Olijfolie


Verder:
1 grote of een handvol kleine aubergines
gemengde paddenstoelen
kerstomaatjes
pitabrood
gemengde salade

Meng alle ingrediënten voor de pesto door elkaar met een pureerstaaf of wrijf ze fijn in een vijzel. Maak dan de overige ingrediënten, zoals hier paddenstoelen, tomaten en babyaubergines schoon, snijd ze indien nodig kleiner en meng er royaal pesto doorheen. 




Rooster alles gaar in een hete oven van 180 graden, in een klein half uur.



 Serveer met de salade in de pitabroodjes. 

Tuesday, 24 April 2012

Op reis naar een warm land

 
Na het draaiweer van vorige week lijkt April eindelijk besloten te hebben. Het wordt nat. Het regent al dagen en de zon breekt zelden nog door het grijs heen. Als een ware Engelse kan ik over weinig nog praten dan het weer. De grauwe, vochtige dagen werken hevig op mijn humeur. In koken heb ik weinig zin. De winterkost hangt me de keel uit. Al die kolen en knollen die we braaf aten met het seizoen. Al het gerooster, gebraad en gesoep. Ik ben er klaar mee.
Ook de kinderen zijn jengelig, met laarzen en jassen wagen ze zich de tuin in, maar al snel staan ze, druipend en modderig, weer in mijn keuken.
Ze hebben een beter plan. Ze halen hun koffers, hun rugzakken en pakken in. T-shirts, korte broeken en zomerjurken. Hun zwempakken doen ze vast aan, hun slippers ook. De kussens van de bank worden een boot. Met dekens, tennisrackets en zonnebrillen manoeuvreren ze zich een weg over de woeste baren. 
‘Waar gaan jullie naar toe?’ vraag ik.
‘Naar een warm land,’ roepen ze in koor.
Ik moet lachen. Dan zeg ik: ‘Mag ik ook mee?’
Het mag, en samen varen we uit, de zon tegemoet.

Eerst varen we naar Singapore. We ravotten in het zwembad, beklimmen de hoogste toren en zeilen in een glazen ei hoog over de havens. Dan zetten we koers naar een eiland verderop, Bali. Daar zwemmen we in hete zeeën, graven kuilen en bouwen forten in zwart zand. We bezoeken tempels, tropische bossen en rennen met de apen. We reizen tot we honger krijgen, dan varen we naar huis. Onderweg vangen we vis, voor het avondeten.
‘Wat zullen we bij de vis maken? Wat eten ze in een warm land?’ vraag ik de kapitein. Daar hoeft hij niet lang over na te denken. Frietjes. Dat vindt mama teveel werk, maar ze is in een goed humeur na al die zon, en ze maakt vissticks, met erwtjes en gebakken aardappels, en dat is ook goed.
Die avond, als iedereen onder de vier in bed ligt, blijft mijn hoofd in tropischer sferen en maak ik een hartverwarmende salade. Ik maakte hem uit de losse pols, dus het recept hieronder is indicatief, met name de hoeveelheden luisteren niet zo nauw



Knapperige oosterse salade met oesterzwammen

groene basis van sla of spinazie
een paar handen groente, zoals sugar snaps, babymaïs, chinese kool, taugé
handje (ongezouten) pinda’s
1 bakje oesterzwammen
1 rode peper
1 teen knoflook
limoensap
sojasaus
olie
oestersaus
koriander

Stoom de sugarsnaps en babymaïs kort, tot ze beetgaar zijn. Je kunt ze ook rauw toevoegen, chinese kool en taugé kook je het liefst niet, je wilt veel knapperige elementen in je salade. Roerbak de oesterzwammen snel in wat olie met de fijngesneden chilipeper en knoflook, en overgiet ze met een paar eetlepels oestersaus en laat nog een paar minuten doorbakken. Roer 2 eetlepels olie, 2 eetlepels limoensap en 2 eetlepels sojasaus met een theelepel bruine suiker tot een dressing. Rooster de pinda’s in een droge koekenpan krokant. Meng alle sla, groente, oesterzwammen en dressing door elkaar en besrooi met de pinda’s en wat korianderblad.

De salade is op zichzelf een lichte maaltijd, vind je hem wat té licht, serveer er dan (rijst)noedels bij.