
Het is weer eens soepweer. Dat is het de laatste tijd wel vaker, in die grauwe, grijze tijd dat de winter overloopt in het vroege voorjaar. De sneeuwklokjes en krokussen steken tussen restjes bruine bladeren hun kopjes al op. De narcissen schudden hun knoppen in de wind. Maar maart roert zijn staart en de regen ratelt tegen de ramen. Soms is het droog, maar de lucht blijft kil en klam. Op weg terug van het park, de buggy voortduwend met krakende, pijnlijke vingers, fantaseer ik over mijn warme keuken. De keukenkastjes vol welriekende potjes. Ik wil warm worden met een kruidige, oosterse soep.
Dan kijk ik vooruit, naar twee dapper steppende kindjes. Met deze twee soep eten is altijd spannend. De ene keer lepelen ze enthousiast kom na kom leeg. De andere keer roepen ze, na een korte, schuine blik, lust ik niet, en schuiven de kom onaangeroerd weg. Inmiddels heb ik geleerd dat het niet eens veel uitmaakt wát er feitelijk in die kom zit. Rood is, meestal, een succes. En niet teveel stukjes, in ieder geval geen groene, en geen champignons. Maar dan weer eten ze, onverwacht, bakken vol groengrijze erwtensoep. Met stukjes. En worst.
Het ligt er maar aan hoe hun pet staat. Ik moet ze dus in de juiste stemming te krijgen. In die vrolijke stemming waarin ze alles lusten, alles eten. Zonder te zeuren.
Ze erin betrekken helpt, vaak. Samen uitzoeken. Samen bedenken. Samen koken.
En het selecteren van de juiste bijgerechten. Mexicaanse bonensoep? Die serveren we met een kwak yoghurt, geraspte kaas en tortillachips. Italiaanse tomaten-groentensoep? Olijven, blokjes feta en soepstengels. Bietensoep? Bagels met roomkaas en roze vis. Netjes aangekleed is alles een koningsmaal.

Dus bij mijn Indiase bonensoep maken we poppadoms. Poppadoms zijn rond, gougeel en ze knarsen krokant als je erin bijt. Het beste verkoop je ze aan kinderen onder de 5 als Indiase chips.
Vroeger kocht ik poppadoms meestal kant en klaar, ze zelf frituren was me veel te veel moeite. Nu heb ik ontdekt dat het makkelijker kan: simpelweg onder de gril. Je koopt pakken ongebakken poppadoms in oosterse winkels, of een goed gesorteerde supermarkt.

Smeer, met een kwastje of stukje keukenpapier, de poppadom dun in met olie. Leg hem onder een hete gril. Nu moet je er echt bijblijven, want het is werkelijk secondewerk. Voor je het weet is je poppadom aangebrand. Je zult langzaam kleine bubbeltjes zien opbollen op het oppervlak, en als dat over de hele poppadom gebeurd is, is hij klaar. Hij moet niet bruin worden, hooguit wat goudgeel.

Indiase Mung soep
200 g droge mungbonen
1 ui
2 tenen knoflook
1 lepel geelwortel (kurkuma)
1 lepel garam masala
2 wortels, fijngehakt
bakje oesterzwammen
1 blik tomaten
bouillon (optioneel)
citroensap
handvol gesneden groene kool, of spinazie
om te serveren: yoghurt, koriander en poppadoms
In plaats van mung bonen kun je ook linzen gebruiken. Of een andere soort bonen die je makkelijk kunt krijgen, gedroogd of uit blik. Kook gedroogde bonen volgens de aanwijzing op de verpakking, uit blik zijn ze voorgekookt en kun je ze zo toevoegen. Gedroogde mungbonen hoeven maar ongeveer drie kwartier koken. Andere bonensoorten vaak langer, dus zet ze tijdig op! Inweken mag, maar is niet perse nodig. Spoel ze af en zet ze op in ruim kokend water. Voeg nog geen zout toe.
Snijd terwijl de bonen opstaan de ui en knoflook fijn, en bak ze in een grote pan met dikke bodem met een goede scheut olie. Voeg de garam masala (pas op dat het geen scherpe variant is als er kinderen mee-eten, dit kan erg verschillen. Houd je juist van scherp dan kun je wat chili toevoegen aan de soep) en de geelwortel toe. Bak het mengsel in een paar minuten geurig, voeg dan de fijngehakte wortel en oesterzwammen toe. Roer goed en bak even door zodat alles goed gekruid wordt. Voeg dan de tomaten toe en zoveel water of bouillon dat alles ruim onder staat. Snijd de kool fijn en roer ook die door de soep, en de mung bonen. Ze hoeven nog niet helemaal gaar te zijn, in de soep zullen ze verder garen. Laat het geheel ongeveer een half uur koken, voeg eventueel tussentijds meer water toe als de soep te droog wordt. Proef dan of de bonen en de groente gaar zijn, laat eventueel langer koken. Soep als deze kun je niet overkoken, en smaakt de volgende dag nog veel lekkerder. Gebruik je spinazie in plaats van kool, voeg deze dan vijf minuten voor de soep gaar is pas toe. Breng de soep op smaak met peper, zout en citroensap.
Serveer met een blub yoghurt, een handje gesneden koriander en de poppadoms. Om het helemaal compleet te maken kun je bij de poppadoms mangochutney en raita serveren.




























