Wednesday, 14 August 2013

Heimwee, maar niet naar Holland

We waren een paar weken in Europa. We aten haring, paling, drop, kokosbrood, Friese kalverpoten, Portugese worst en patat speciaal. We dronken karnemelk. Heel veel karnemelk. 

Het was allemaal lekker, en het was ook nog eens lekker weer. Toch bekroop me langzaamaan een kriebelend gevoel. Ik miste wat. Ik miste mijn nieuwe thuis, en dan vooral wat we daar eten. Het Europese eten kwam me opeens zo saai, zo zonder kraak en smaak voor. Hooguit de Portugese, pittige, chourico kon me nog een beetje bekoren. Ik ben gewend geraakt aan de kruiden van Azië. De hitte van rode peper. Ook miste ik het gemak waarmee je overal onderweg goedkoop en snel iets lekkers kunt eten. Die Hollandse boterhammen die je mee moet nemen op pad, dat was ik ontwend. 



Al lang voordat ik in het vliegtuig stapte wist ik wat ik de eerste avond wilde eten. Sambal kangkong. Gebakken tofu met zoete chilisaus en djeroek peroet blad. Geserveerd met rijst, uiteraard. 



Kangkong kent vele namen. Hij wordt onder meer morning glory, waterspinazie of convulvulus genoemd. In een stad die vier officiële talen kent zijn de boodschappen vaak een verwarrende aangelegenheid. Kangkong, of kangkung, is een bladgroente met een aparte, wat zoutige smaak. Hij groeit in ondiep water, een beetje zoals waterkers, zoals je kunt zien in de foto hierboven. In Nederland is kangkong lastig te krijgen, maar mocht je hem tegenkomen bij toko of oosterse supermarkt, grijp dan een bos mee. 





Minstens een keer per week bezwijk ik voor een grote bos. Je kunt er natuurlijk van alles mee doen, maar de klassieke manier om hem klaar te maken is als Sambal kangkong.



Sambal Kangkong 


voor de sambal 

2-3 kleine sjalotjes
1 teen knoflook
1 theelepel belachan (trassi)
1 kleine eetlepel gedroogde kleine garnaaltjes
2-3 rode chili’s, naar smaak

Maak alle ingrediënten fijn in een hakmolen or vijzel, voeg een paar eetlepels water toe om de pasta wat smeuïger te maken.

Kangkong slinkt flink, net als spinazie, dus je hebt een aardige bos nodig per persoon. Was de kangkong, en snijd de blaadjes en stelen in stukken van ongeveer 5 cm lang.

Verhit een paar eetlepels olie in een wok en voeg de sambal toe. Laat hem een paar minuten bakken tot hij geurig is, voeg dan de kangkong toe. Roerbak hem op heet vuur in een paar minuten gaar, en serveer heet.

Op dezelfde manier kun je allerlei groente bladgroente klaarmaken. Kan je geen kangkong krijgen? Gebruik dan spinazie, postelein, of een zachte koolsoort. Of ander groen blad dat je in de winkel of in je tuin vindt, snijbiet, zevenblad, doe eens gek. Hieronder zie je paku, een soort varen, klaargemaakt met dezelfde sambal. 





Tuesday, 2 July 2013

Over hongerige moeders en drukke kinderen

De laatste maand was het rustig hier. Op de website dan, het dagelijks leven was drukker dan druk. We verhuisden, maakten kennis met de harige nieuwe buren die zo van bananen houden en begonnen aan die acht weken durende leuke, maar wel heel zware periode die zomervakantie heet.

In de keuken gebeurde dus niet zo veel spannends, al hoop ik daar snel verandering in the brengen, omdat niet alleen de keuken maar ook de nieuwe oven ruim twee keer zo groot is als die in het oude huis. Ik voorzie veel koekjes bakken op regenachtige middagen om de peuters en kleuters de komende weken te vermaken, die dagen dan, dat ze niet in onze geweldige grote nieuwe tuin aan het spelen zijn. Die tuin die een zegen is, omdat er heel veel energie in kwijt geraasd kan worden, zodat moeder de vrouw tijd overhoudt voor belangrijkere zaken. Koken bijvoorbeeld. Want buitenspelen maakt hongerig en gegeten moet er ook worden.


Zo hadden we hier bijvoorbeeld vanmorgen een bijeenkomst van de ‘Hungry Mummy Cooking Club’. Met een groepje moeders komen we eens in de maand samen, ’s ochtends, met baby’s en peuters die niet op school zitten op sleeptouw, en iedereen neemt een gerecht mee volgens een bepaald thema. Deze keer was het thema rijst, en omdat we nu eenmaal in Azië zijn, en een groot deel van de deelnemers een Aziatische achtergrond heeft, dacht ik, ik doe eens gek, ik maak iets Hollands. Rijstevlaai dus.

Om hem glutenvrij te maken liet ik de bodem weg, die in mijn ogen niet zoveel toegevoegde waarde heeft. Om de smaak wat spannender te maken voegde ik sinaasappelschil en kruiden toe. Je kunt qua smaakmakers gebruiken wat je zelf lekker vind, of gewoon ouderwets vanille nemen.


Rijstevlaai, bodem-, en glutenvrij 

175 g dessertrijst
1 liter volle melk
1 kaneelstokje
rasp van 2 sinaasappelen en 1 citroen
10 kardemompeulen
snufje zout
1 theelepel vanille extract
5 eieren
100 g boter
125 g suiker

Kook de rijst in de melk met de kaneel, sinaasappel- en citroenrasp, zout en kardemompeulen tot een stevige rijstepap, ongeveer een half uur.


Splits de eieren, en klop de eiwitten stijf . Meng de eigelen, suiker en boter tot een glad mengsel, en roer dit door de pap. Schep dan de eiwitten ook voorzichtig door het mengsel.


Giet het in een beboterde springvorm, en bak de vlaai in minimaal 45 minuten op 175 graden gaar.

Tuesday, 4 June 2013

Singapore girl

‘Jasmijn, wil je een boterham?’
‘Nee,’ schudt ze hard, ‘tsjik ais’
Tsjik ais? Wat wil ze nu weer?
Boos zeg ze het weer, steeds opnieuw. 

Gelukkig snapt Indah het.
Jasmijn wil chicken rice. 



Jasmijn is een echte Singapore girl. Chicken rice is misschien wel het meest populaire gerecht van Singapore, en is geliefd bij al onze kinderen. Als we in hawker centres eten, waar papa en mama zich te buiten gaan aan exotische lekkernijen, is dit gerecht hun favoriet, samen met de Indiase thosai en de Maleise saté. Chicken rice heeft precies die eigenschappen die een gerecht voor kinderen aantrekkelijk maakt. Het is wit van kleur. Mild van smaak. De losse componenten zijn goed herkenbaar. En het bevat, behalve wat stukjes komkommer, geen groente.

Zelf vond ik het, om dezelfde redenen, nogal saai. Maar hoe vaker ik het eet hoe meer ik chicken rice ga waarderen. De zachte, maar toch kruidige smaak. De romige rijst. De scherpfrisse chili-gember-limoensaus. Het werd dus hoog tijd om het ook thuis uit te proberen.

Kip koken is iets wat we in Europa eigenlijk nooit doen, behalve voor de soep. Maar als je eenmaal aan het idee went zijn er vooral voordelen. De kip wordt heerlijk sappig en mals. Je kunt hem niet te lang koken, want droog wordt hij nooit. En je eet de dag erna lekker kippensoep.

Natuurlijk zijn er zoals bij alle klassieke recepten zoveel recepten als koks, maar na uitgebreid onderzoek online begon het proces vorm te krijgen in mijn hoofd. Ik had dus een kip, een plan en een zieke Jasmijn die wel wat chicken rice lustte. Maar toen gooide juist die zieke Jasmijn roet in het eten door zich zo vast aan mijn nek te knellen dat koken onmogelijk was. Wederom bracht Indah uitkomst. Ze bleek al veel, heel veel keren chicken rice gekookt te hebben. Een vroegere Chinese werkgeefster leerde haar het recept. Ze kon het met haar ogen dicht koken. Dus dat geschiedde, Indah kookte chicken rice, ik keek toe en maakte foto’s en notities in mijn hoofd. Jasmijn, Tijm en Linde smulden.

De hoeveelveelheden in dit gerecht zijn indicatief, en hangen af van je smaak en hoeveel kip je kookt. Je zult niet alle bouillon nodig hebben voor de rijst, de rest kun je bijvoorbeeld soep van maken. Om hem wat sterker te maken kun je na het snijden van de kip de botten in de bouillon terug doen en hem nog wat langer laten koken en trekken. 



Chicken rice

Stap 1: de kip
1 (liefst scharrel/ biologische) kip
5 cm gember
3 tenen knoflook
1 steel citroengras 


Wrijf de kip in met zout. Zet een grote pan op mat water, genoeg om de kip net onder te laten staan, maar niet meer. 


Pel de gember, het citroengras en de knoflook en kneus ze om de smaak vrij te laten en stop de helft in de buikholte van de kip. Als het water kookt doe je de kip, en de rest van de kruiden erin. Zet de deksel erop, breng het weer aan de kook, en zet dan het vuur af. 


Als je hem nu ongeveer drie kwartier laat staan met het deksel op de pan blijft de hitte erin en zal de kip garen, je kunt dit eventueel controleren met een chopstick of saté prikker. Halverwege kun je de kip omdraaien en het water weer even aan de kook brengen. Haal de kip als hij gaar uit de bouillon en laat afkoelen.

Stap 2: de rijst
2 tenen knoflook, fijngesneden
4 bladeren pandan (kun je ook weglaten)
3 cm gember
2 koppen rijst
4 koppen kippenbouillon 


Bak in een wok de knoflook in wat olie. Voeg dan de droge, ongekookte rijst toe en bak deze kort. Breng de rijst dan over naar een rijstkoker of steelpan en voeg de bouillon, gember, en pandan toe. 


Kook de rijst tot hij gaar is en alle bouillon geabsorbeerd.

Stap 3: de chilisaus
3-6 chili’s naar keuze
3 cm gember
2 tenen knoflook
paar eetlepels limoensap
paar eetlepels kippenbouillon/ vet 


Je kunt een mengsel van grote, milde chili’s voor de kleur, en kleine chili padi voor de scherpte gebruiken, afhankelijk hoe scherp je het lekker vind.

Pureer, hak of stamp alle ingrediënten fijn. Schep dan van het water waarin je de kip hebt gekookt een paar eetlepels bouillon, waarbij je probeert zoveel mogelijk van het vet op te scheppen. Roer het geheel tot een gladde saus. Je kunt de verhouding aanpassen aan je smaak. 


Om te serveren wrijf je de kip in met een mengsel van sesamolie en lichte sojasaus. Dan snijd je de kip in stukken. Bestrooi de rijst met gebakken uitjes en serveer met stukjes komkommer. 



Wednesday, 29 May 2013

Luizenleven

Als expatvrouw in Singapore zou ik alle tijd van de wereld moeten hebben. Hulp in huis, dus geen schoonmaak te doen. Ja, de boodschappen kosten wat meer tijd, maar met twee kinderen op school, en de derde drie ochtenden in de week op de peuterschool én een permanent beschikbare babysit, zouden er zeeën van tijd over moeten blijven. Ik heb een luizenleven. Ik zou me moeten vervelen.

Niets is minder waar. Er zijn altijd te weinig uren in de dag, afspraken moeten met moeite ingepland, soms verschoven, en bloggen schiet er meer dan regelmatig bij in. Vorig jaar in Engeland, zonder hulp en geen enkel kind dagelijks op school lukte het me elke week meerdere stukjes te schrijven, en nog een boek uit te geven bovendien. Wat, vraagt Roel me dan ook terecht, doe ik in vredesnaam met mijn tijd?

Geen idee. Schrijven, dat wel, want ik schrijf nog wat free-lance. Maar van de boeken die al jaren in mijn hoofd zitten en die ik nu de kinderen naar school gaan zou schrijven, staat nog geen letter op papier. Naar artsen en ziekenhuizen gaan vergt veel te veel, vervelende tijd. Kleine, niet te vermijden zaken als naar het postkantoor, massage of osteopaat voor mijn schouder, die ene ver-weg winkel met dat fijne glutenvrije meel, of die markt waar je de snelweg voor op moet maar waar ze wel zo’n fijne Thaise kraam hebben. Hulpmoeder zijn op school. Naar de playgroup met Jasmijn. En, toegegeven, heel af en toe iets leuks voor mezelf, zoals een kookcursus Thais of Indiaas eten.

Op een of andere manier weet ik mijn dagen meer dan te vullen. Toen ik laatst een collega moeder sprak die vertelde dat ze stiekem wel eens, doordeweeks, in haar eentje naar het strand ging om daar op zo’n strandtent op een lounger met een boek een ochtend door te brengen was ik stikjaloers. Dat wilde ik ook. En ik zou het gaan doen ook, nam ik me voor. Een maand later is het er nog niet van gekomen, ben ik nog steeds druk, gestresst, overwerkt. En dat voor een werkeloze met hulp in de huishouding. 


Maar goed, genoeg gezeurd, hoe druk het allemaal ook, er is altijd tijd voor een lekkere, snelle taart om de boel op te fleuren. De limoenboom bloeit en deze key lime pie is steevast een groot succes bij iedereen, en makkelijk glutenvrij te maken als dat nodig is.

Voor de taartbodem kun je van alles gebruiken, in Amerika gebruiken ze traditioneel ‘Graham Crackers’, een soort zanddeeg koekjes, die ze verkruimelen en met een paar eetlepels gesmolten boter mengen. Dat mengel stamp je dan met een lepel aan op de bodem van je taartvorm. Je kunt, net als wij vaak doen met een kwarktaart, eigenlijk alle soorten (glutenvrije) koekjes hiervoor gebruiken.

Aangezien ik toen ik deze taart de laatste keer maakte net niets aan koekjes in huis had maakte ik mijn eigen glutenvrije shortbread recept (zonder de gember en citroen, maar dat mag natuurlijk wel), en bakte het direct in de vorm. De hoeveelheid van dit recept geeft een vrij dikke bodem, maar omdat het limoenmengsel mierzoet is vond ik dat eigenlijk heel goed werken. 


Key Lime Pie
1 taartbodem (zie hierboven)
1 blikje gecondenseerde, gezoete melk (397g)
125 ml limoensap
5 eigelen

Roer het limoensap, de gecondenseerde melk en de eigelen goed door elkaar en giet dit mengsel op de taartbodem. Bak de taart op 180 graden ongeveer 10 minuten. Let goed op dat hij niet bruin wordt, dan smaakt hij wat aangebrandt.

Je kunt als je wilt de eiwitten opkloppen en wat suiker toevoegen en hiervan een merengue boven op de taart spuiten

.

Wednesday, 8 May 2013

Pindakaas maken




Mama, roept Tijm, al weken, mama, mogen we pindakaas maken? Al weken roep ik terug, dat we eerst pinda's moeten kopen. Heel veel pinda's. Zonder pinda's maak je geen pindakaas. Maar ik vergeet het steeds. Dan gaat op een zaterdag Tijm samen met papa de boodschappen doen. En hij vergeet het niet. We kunnen aan de slag. 



Pindakaas maken is heel makkelijk. Wat heb je nodig? Pinda's! De kwalitiet en smaak van je pindakaas hangt af van de smaak en kwaliteit van de pinda's die je gebruikt. Het lekkerste is zelf pellen en roosteren. Hoe meer je ze roostert hoe sterker de smaak wordt. Tijm kocht pinda's die al geroosterd waren. Wel zo makkelijk. 






Behalve pinda's moet je om de pindakaas wat smeuïger te maken een paar eetlepels olie toevoegen. Het maakt niet veel uit welke, zonnebloem of een andere die niet te sterk van smaak is is het beste. Als je niet wilt dat je zelfgemaakte, en dus geheel natuurlijke, pindakaas strakjes gaat scheiden, waardoor er een olielaagje op komt en je hem voor gebruik steeds moet roeren, kun je een eetlepel hard vet toevoegen. Dat zorgt ervoor dat het vet hard genoeg is om in de pasta te blijven zitten. Wij voegden daarom een eetlepel palmvet toe. Als je ongezouten pinda's gebruikt, voeg dan wat zout naar smaak toe.



Blenden maar! 

Krunsh, oenk, krak. En toen was het stil. De blender was vastgelopen. We maakten de klus af in de hakmolen, in twee porties. Advies? Gebruik niet de blender, daarvoor is pindakaas te hard, een hakmolen is meer geschikt.



Schep de pindakaas in een pot, maak een mooi label en voilà:



Smullen maar!



De zelfgemaakte pindakaas is bijna op. 
Mama, roept Tijm. Mogen we Marmite maken?

Sunday, 21 April 2013

De hulp

Het leven in Singapore komt met gemakken. In de vorm van goedkope, de hele dag beschikbare, huishoudelijke hulp. De welgestelde, of zelfs maar gemiddeld gestelde, Singaporese huisvrouw hoeft zich niet bezig te houden met beslommeringen als de was, vloeren dweilen of de boodschappen. Zo is er meer tijd voor belangrijker zaken. Koffie drinken bijvoorbeeld, met vriendinnen. 

Terwijl de kinderen het houten winkeltje in de hoek van de woonkamer leegkopen, de poppenwagen rondrijden, of torens van duplo kraaiend omgooien, schenk ik hun moeders nog eens bij met ijsthee. Een vriendin veegt haar voorhoofd af. Warm vandaag. Ik presenteer mijn zelfgemaakte Hollandse ontbijtkoek, die geproefd en goedgekeurd wordt door de Engelse, Australische en Indiase aanwezigen. We praten over bakken. Koken. En al gauw, over de hulp.

De Australische vriendin is al aan haar derde. Of ze kunnen niet schoonmaken, of ze hebben geen overwicht op de kinderen, moppert ze. Ze heeft ook altijd pech. De andere, Indiase, verteld over haar nieuwe hulp, die zes jaar bij een Indiaas gezin werkte, en alles aan benodigde kooktechnieken kende, zei ze. Tot mijn vriendin haar vroeg chapati’s te rollen, met een deegroller. Hoofdschuddend had de Filipijnse haar aangekeken. Had ze dan geen elektrische chapatimaker? Van de vegetarische keuken die mijn vriendin voorstond begreep het meisje weinig, en ze overwoog haar een cursus te laten volgen. Kookcursussen voor de hulp worden overal aangeboden in Singapore. Westers eten, Chinees, Indiaas, Japans of Koreaans, wat de werkgever ook het liefste eet.

Ik weet niet of er een cursus bestaat die die van mij iets kan brengen, verzucht de Engelse, ze kan nog geen ei koken. We knikken al, maar ze roept, nee, echt, letterlijk. Ze had de eieren een uur laten koken, tot het water weg en de pan zwart was. Mijn vriendin zucht nog eens, ze is zo leuk met de kinderen.

Klagen over de hulp. Het beschrevene is onschuldig vergeleken met meer dat ik aanhoorde. In deze ongemakkelijke, maar toch heel menselijke, gesprekken worden de oude koloniale pijnpunten van deze hypermoderne stad wrang blootgelegd. De meisjes, die uit heel arme en afgelegen dorpen uit de Filipijnen of Indonesië komen, hebben vaak weinig gemeen met hun Chinese, Indiase of Westerse werkgevers.

Ik klaag, liever, niet mee. Maar ik ben ook maar een mens. Mijn grootste klacht? Indah kan te goed koken. En ze doet het zo graag. Ik had me voorgenomen het zelf te blijven doen, maar vaak ben ik in de tropische hitte lui of moe. De middagen zijn vol met zwemles, ballet en voetbal, en kooktijd voor de volwassenen valt steevast samen met de kinderbedtijd, die ik liever niet uit handen geef. Dus laat ik Indah, als die met glimmende pretogen vraagt wat ze vanavond klaar mag maken, veel te vaak de eer. Elk recept dat ik haar geef maakt ze feilloos na, beter dan ikzelf, die me aan geen recept houden kan. Zelfs van mijn, ‘doe maar wat leuks met aubergine en gember’ instructies weet ze wat te maken. Het liefst koken we samen, haar Aziatische ervaring en uitmuntende snijkunsten koppelend aan mijn Westerse en technische kennis. We zijn een goed team, mijn Indonesische hulp en ik. 



Indah’s vis in ketjap 


Zachte, witte vis (wij gebruikten Pangasius)
1 flinke ui
5 cm gember
2 tenen knoflook
1 of meer rode chilipepers, naar smaak
een paar eetlepels Indonesische sojasaus (ketjap manis)

De hoeveelheden zijn niet heel precies, en hier voor twee visfilets ingeschat. Gebruik bij twijfel liever meer kruiden dan minder. 


Snijd de ui in fijne, dunne ringen, de gember in lange, dunne reepjes en de knoflook fijn. Snijd ook de chilipeper in schuine reepjes. De grote, mildere geven kleur in dit gerecht, maar houd je van scherp voeg dan ook wat van pittige kleine Thaise pepertjes toe. Verhit wat olie in een wok en bak de kruiden in een wok op koekenpan een paar minuten aan, zodat ze zacht worden maar niet verbranden.

Snijd de vis in flinke stukken en voeg ze toe aan de kruiden, en bak ze mee. Voeg dan de ketjap toe, zeker 3 of 4 eetlepels. Bak de vis tot hij gaar is, en voeg een klein scheutje water toe om te zorgen dat het gerecht niet te droog wordt.

Serveer met rijst en groente.

Thursday, 21 March 2013

Meel? Maar welk meel…

Singapore is, net als heel Azië, een paradijs voor de glutenintolerante. Rijst is het belangrijkste voedingsmiddel, dat zowel met het ontbijt, lunch als avondeten wordt gegeten. Geen stress meer met ontbijt of lunch, zoals in Nederland, waar de keuze meestal brood, brood of brood is.

Gekookte rijst, rijstnoedels, rijstepap, rijstemeel. Maar daarmee houd het niet op. Tarwemeel is hier een van vele soorten, en niet het meest gebruikte meel. Er is, behalve rijstemeel, tapiocameel, maïsmeel, sojameel, kikkererwtenmeel, sorghum-meel en nog veel meer. Gebakken lekkernijen, zoals gefrituurde vis, soft shell crab en krokante groenten worden meestal in maïzena, fijn maiszetmeel, gecoat. Meestal, erop vertrouwen kun je niet. Dus gaat het wel eens mis.

Want al spreekt de gemiddelde Singaporees uitstekend Engels de, vaak bejaarde, uitbaters van hawker stalletjes en de immigranten die in de horeca werken doen dat maar matig. En al spreken ze het, op mijn vraag welke soort meel in de begeerde lekkernij gebruikt werd krijg ik beduusde blikken terug. Ik ruik, kijk en oordeel dan zelf maar. Vaak google ik thuisgekomen het gerecht, en heb ik de volgende keer hopelijk onthouden dat de medhu vadai en de madal vadai gemaakt worden van linzenmeel. Dat de kueh dadar van rijstemeel maar de kueh ape van tarwe zou moeten zijn. En ik weet natuurlijk al lang dat het beslag voor mijn absolute favoriet, de thosai, van urud dhal (een peulvrucht) en rijst wordt gemaakt.

Maar er is zo veel dat ik nog niet weet. Zo liet ik de pisang goreng, gebakken banaan, altijd liggen. Die ken ik van vroeger in Maleisië, maar ook uit Nederland, waar hij met tarwemeel wordt gemaakt. Verbaasd had ik dus laatst een pakje beslagmix voor pisang goreng in mijn handen, en zag dat het simpelweg rijstemeel was. 


Een rondje over internet leerde mij dat de klassieke versie van pisang goreng in Maleisië en Indonesië met rijstemeel wordt gemaakt. Modernere, internationaler recepten gebruiken wel tarwemeel, maar liefst gemengd met een flink deel rijstemeel. Gemaakt van enkel tarwemeel lijkt een pisang goreng meer op de slappe Hollandse beignet, terwijl hij knapperig zou moeten zijn. En maakt rijstemeel hem.

Op straat durf ik nog niet altijd, maar thuis frituren we ons blij. Nadat de kant en klare mix op was gewoon naar eigen recept. 


Voor pisang goreng gebruik je het liefst kleine bakbananen, die minder zoet zijn en steviger. Toko’s verkopen ze soms, maar als je ze niet kunt krijgen kun je ook de grote bakbanaan, die nog steviger en minder zoet is, of gewone, niet al te rijpe bananen nemen.


Krokante Pisang Goreng 
(tarwe en glutenvrij, maar lekker genoeg voor iedereen!)

Rijstemeel
Water
Snufje zout
Theelepel bakpoeder
Olie om te frituren 


Ik weeg beslag ingrediënten nooit af, maar je mengt het meel met het water tot je een beslag hebt dat net wat dikker is dan dat voor Hollandse pannenkoeken. Hoe dikker het beslag hoe dikker de laag om je banaan zal worden dus het is ook een kwestie van smaak. Roer het zout en bakpoeder door het beslag en laat het even staan. 

Pel de bananen en snijd ze in de lengte door. Verhit in een wok ongeveer 3 of 4 centimeter olie, en laat die goed heet worden. Doop de bananen in het beslag zodat er een dikke laag om zit en laat ze voorzichtig in het vet vallen. 


Bak er niet meer tegelijk dan er in een laag kunnen drijven. Draai ze af en toe om zodat ze aan beide kanten lichtbruin worden, wat een paar minuten duurt, en laat ze dan uitdruipen en afkoelen op wat keukenpapier. 


Je kunt de bananen natuurlijk ook in een frituurpan frituren.


Met hetzelfde beslag kun je ook andere soorten groenten en fruit frituren, bijvoorbeeld zoete aardappelschijfjes.