Wednesday, 28 March 2012

Maart


Van de winter buitelden we in een keer naar de zomer. De narcissen hebben amper hun kopjes boven de grond gestoken, de meeste bomen zijn nog kaal, maar ik lig in bikini in mijn tuin. De Britse zomers zijn befaamd. Berucht, beter gezegd. En de zomers hier deden hun naam eer aan, de afgelopen jaren. Nat en kil. Maar, onverwacht mooi zijn de Britse lente en de herfst. De mooiste weken van 2011 hadden we in april, en afgelopen oktober zwommen we, in het zonnetje, op het strand in Devon. Daartussendoor? Zagen we door de druil de drup niet.
Hoeveel ik ook geniet van het mooie weer nu, ik maak me zorgen. Dat dit het is. Dat dit de zomer van 2012 is, dat het verder niets meer wordt.
Alle voorspellingen ten spijt kunnen we daar weinig over zeggen. Er rest ons maar een ding: genieten, van elke minuut. We leven in de tuin, die deze dagen uit zijn voegen gebarsten is. Onkruid, dat er vorige week nog niet was, tiert welig en ook in de moestuin bespeuren we weer leven. De gezaaide spinazie en tuinbonen schieten aardig op. Maar het meeste groen komt van de lentekolen. Deze hebben de hele winter langzaam maar gestaag gegroeid om in de hete lentezon een heuse groeispurt te beginnen. Dus eten we kool vandaag. Want al hebben we allemaal de zomer in onze bol, het blijft gewoon maart. Het begin van de lente, wanneer het wat betreft groente nog net een beetje winter is. Wat wel weer past bij de avond, wanneer het verraderlijk snel afkoelt zodat iedereen alsnog verkouden wordt.

Deze losse lentekool zie je in Nederland weinig, wat erg jammer is. Mocht je een moestuin hebben, zoek dan eens naar zaad. Zo niet, speur dan op boerenmarkten en in de biologische winkel. Mocht het allemaal niet lukken, dan kun je voor dit gerecht een andere groene koolsoort gebruiken, bijvoorbeeld groene kool, spitskool of boerenkool. Het gerecht is geïnspireerd op de Hollandse boerenkoolstamppot, maar dan uitgevoerd met Engelse lentekool op Engelse wijze, dus gebakken. Echte fusion dus. Je kunt het gerecht naar keuze vegetarisch uitvoeren, met amandelen, of met spekjes. Of, als je niet kunt kiezen, allebei. Vind je het te zonnig voor zo’n winters gerecht? Geen nood, er komt vast wel weer een mooie depressie aan binnenkort. Maart roert immers zijn staart. In de tussentijd kun je eens terug lezen in mijn archief. Zoek je bijvoorbeeld iets voor de barbecue? Of lekkere fruitijsjes waar je het fruit niet uitzuigt voor de kinderen? Er is voor elk wat wils, en op de lijst met ingrediënten rechts kun je makkelijk zoeken.


Warme salade met kool en aardappel

1 groene kool
ongeveer een kg aardappelen
2 ons spekjes en/of hele amandelen
olie
azijn
grove mosterd
peper en zout

Schil de aardappelen, kook ze even voor en bak ze dan krokant in een grote koekenpan. Snijd de kool in smalle repen. Rooster in een droge koekenpan de amandelen krokant. Bak dan in een wok het spek uit tot het bijna klaar is. Giet eventueel wat spekvet af, of als je vrij mager spek hebt of de vegetarische versie maakt voeg dan wat olie toe. Bak de kool op hoog vuur gaar, terwijl je regelmatig omschept. Afhankelijk van de koolsoort duurt dit ongeveer 5 tot 10 minuten. Maak intussen een vinaigrette van olie, azijn en een grote eetlepel grove mosterd, en hussel alle ingrediënten door elkaar.

Zoek je meer ideeën voor deze lentekool? Kijk eens wat ik deze week vorig jaar schreef. Het verhaal is schrikwekkend hetzelfde. Aan Tijm's kledingkeuze te zien was het weer ook niet veel anders, en dat doet bij mij weer het ergste vermoeden voor de rest van het jaar...

Wednesday, 21 March 2012

Chaos in de keuken


Als Donald Duck de keuken indook om Katrien te imponeren, maakte hij soufflé. Dit luchtige gerecht was de crème de la crème van zijn cuisine. Maar natuurlijk ging het altijd mis, zijn neefjes wisten met veel herrie en geknal zijn kunstig opgerezen meesterwerk tot een platte pannenkoek te laten inploffen. Inderdaad, de soufflé is niet de gemakkelijkste. Jaren geleden probeerde ik het al eens, maar in mijn veel te lage ovenschaal zakte hij in tot omelet.

Door alle chaos van de laatste jaren in mijn keuken, van gillende peuters, aan been hangende dreumesen en zanikende kleuters, werd mijn kookstijl steeds simpeler. Liefst gooi ik een verzameling knollen en groenten in de oven, zodat ik rustig orde kan scheppen terwijl het eten helemaal vanzelf gaart. Maar toen, zo maar op een doordeweekse dag, papa een keertje thuis was en de kleuter mee naar zwemles nam, de dreumes sliep en de peuter lekker een boekje zat te lezen nam ik mijn kans waar. Geconfronteerd met een ijskast vol eieren en spinazie kreeg ik spontaan inspiratie: Spinaziesoufflé.

Net stond ik lekker te kloppen toen het begon.
‘Mama, mag ik een chocolade-eitje?’
‘Vooruit, eentje dan.’
‘Nog een?’ dreinde het stemmetje weer.
‘Nee, je hebt er al heel veel gehad.’
Toen barstte de hel los. Maar onder een concert van luid gekrijs roerde, klopte en bakte ik door. Ik was op dreef en had geen zin in peuterfratsen. Ze zocht het maar uit. Ook toen de dreumes wakker werd en solidair meebrulde bakte ik meedogenloos door. Ik deelde melk en soepstengels uit. De dreumes at en dronk gulzig maar de peuter jengelde door. Ik bakte verder. En, uit wraak, deed ik ook nog de afwas.

In de oven rezen de soufflés hun bakjes uit en met trillende handen opende ik de oven.
Ietsje zakten ze terug, maar het bleven heerlijke, luchtige verwennerijtjes. Precies op tijd waren papa en kleuter terug om het festijn te verorberen en hongerig van alle inspanningen lepelden kleuter, dreumes én peuter vrolijk hun bakje leeg.
De moraal van het verhaal? Als ik, in zoveel chaos en lawaai, een soufflé kan bakken... dan kunt u het ook!

Een soufflé is feitelijk een gerecht van schuimig geklopt eiwit, gemengd met een saus op basis van melk en eigeel. Aan de saus kun je van alles toevoegen, zoals kaas, chocolade, groente of fruit. Normaalgesproken wordt deze saus gemaakt op basis van een roux, maar omdat ik glutenvrij kook gebruik ik maïzena. Het is geschikt als voorgerecht of lichte maaltijd voor vier personen. Een zoete variant maak je natuurlijk als toetje. De juiste schaal, met hoge rand, is een voorwaarde voor een luchtig resultaat. Een platte schaal heeft een relatief te groot oppervlak, wat makkelijk afkoelt en lucht laat ontsnappen. Je kunt hem zowel maken in een grote souffléschaal, of in kleine, individuele bakjes.


Spinaziesoufflé (glutenvrij)

4 eieren, gesplitst
250 g verse spinazie
200 ml melk
2 eetlepels maïzena
nootmuskaat
peper en zout
handvol geraspte parmezaanse kaas
boter

Was de spinazie, hak hem fijn en laat hem in een koekenpan of wok slinken tot al het vocht eruit is. Laat hem goed uitlekken en hak eventueel nog wat fijner.
Klop de eiwitten stijf, zo, dat je de bak boven je hoofd kunt houden zonder dat er iets uit valt.
Verhit in de pan de melk en roer er de maïzena door. Het beste kun je de maïzena in een klein bakje met een paar eetlepels melk losroeren, zodat je geen klontjes krijgt. Roer door tot de saus goed dik is en voeg dan de spinazie toe, een goede snuf nootmuskaat en peper en zout. Voeg dit mengsel toe aan de losgeklopte eigelen, niet alles in een keer, maar beetje bij beetje zodat de hete saus de eigelen niet te snel laat stollen.
Vouw dan, heel voorzichtig zodat je de lucht er niet uitroert, de eiwitten en de parmezaanse kaas door het mengsel. Je mag best nog wit eiwit zien, roer liever te weinig dan teveel.

Giet in met boter ingevette vormpjes en bak in een voorverwarmde oven een half uur op 180 graden. Alle soufflés zullen bij het afkoelen lichtjes inzakken, dit is geen probleem, zolang ze lekker luchtig blijven, maar serveer ze dus zo snel mogelijk!

Wednesday, 14 March 2012

Van de boerderij

De kinderboerderij kwam op bezoek bij Linde’s peuterschool en wij gingen kijken.
Er waren kippen, eenden, ganzen. Een paardje, een zwarte hond, schapen en een kleine geit. We mochten aaien. Het schaap was warm en wollig. De eenden glad en zacht. Het varken net een stevige borstel. Nors knorrend probeerde hij te slapen in een hoekje van de ren. Wakker gepord door prikkende peutervingers stond hij op en scharrelde omhoog, richting de voederbak. Kribbig schudde hij zijn neus en zijn dikke buik zwiepte mee. De peuters giechelden.
‘Kijk,’ wees de juf. ‘Lekkere bacon.’
Een klein, blond jongetje keek haar onthutst aan. Hij schudde zijn hoofd.
‘Je lust toch wel bacon?’ vroeg de juf.
Nu knikte het jongetje, bacon at hij graag.
De juf legde verder uit. ‘Bacon komt van het varken.’
‘En worst!’ riep Tijm.
Want, al eten we weinig vlees, we doen het wel open en eerlijk. Dus worst komt van het varken of de koe.
‘Eten we vanavond worst?’ vroeg Tijm. ‘Dat is mijn lievelings.’
‘Nee,’ antwoordde ik. ‘We eten kip.’
Even dacht hij na, en toen riep hij. ‘Oké mama. Goed. Dat is ook mijn lievelings.’
Linde, die net een kip knuffelde, wist het nog zo net niet. Haar kleine vingertjes aaide de donzige veertjes. Die avond had ze minder scrupules.

Deze kip is lekker zoet, dus heerlijk te kluiven voor kleine handjes. Omdat we niet genoeg kip hadden voor het hele gezelschap gooide ik er ook wat chipolataworstjes bij. Met ovenschotels zoals deze kun je eindeloos variëren. Allerlei soorten groenten kun je gebruiken, pompoen, zoete aardappel, gewone aardappel, wortel, pastinaak, kleine hele tomaatjes, ui, paprika, aubergine, courgette, bloemkool. En ga zo maar door. Eigenlijk is het basisrecept even simpel als doeltreffend: Meng op een groot ovenblad vlees, vis, groenten en andere ingrediënten naar smaak. Voor een vegetarische versie gebruik je noten en paddestoelen. Maak een lekkere dressing op basis van olie, iets zoets, iets zuurs en wat kruiden. Overgiet met de dressing, hussel, en rooster ongeveer drie kwartier, of totdat alles gaar is.

In onderstaand voorbeeld gebruikte ik enkel oranje groenten, zodat er niets te zeuren was voor groenfobische peuters.


Citroen-honingkip met geroosterde groenten

1 kleine flespompoen
paar flinke handen zoete aardappel
2 uien
2 wortels
per persoon twee scharrel of biologische kippenpoten, dijen en/ of vleugels
2 citroenen, in plakjes
sap van 1 citroen
olijfolie
3 eetlepels honing
tijm (1 eetlepel gedroogde of een handvol verse)
1 theelepel ras al hanout kruidenmengsel


Snijd alle groenten in dikke stukken en de ui in dunne ringen. Rangschik alles op een grote ovenschaal, samen met de kip en de plakken citroen. Meng het citroensap met de olijfolie en de honing, peper, zout en de tijm tot een dressing en giet die eroverheen. Meng goed en zorg dat alles met de dressing bedekt is. Rooster dan ongeveer drie kwartier in een hete oven, op 180 graden, tot alles gaar is.

Wednesday, 7 March 2012

Aangeklede soep


Het is weer eens soepweer. Dat is het de laatste tijd wel vaker, in die grauwe, grijze tijd dat de winter overloopt in het vroege voorjaar. De sneeuwklokjes en krokussen steken tussen restjes bruine bladeren hun kopjes al op. De narcissen schudden hun knoppen in de wind. Maar maart roert zijn staart en de regen ratelt tegen de ramen. Soms is het droog, maar de lucht blijft kil en klam. Op weg terug van het park, de buggy voortduwend met krakende, pijnlijke vingers, fantaseer ik over mijn warme keuken. De keukenkastjes vol welriekende potjes. Ik wil warm worden met een kruidige, oosterse soep.
Dan kijk ik vooruit, naar twee dapper steppende kindjes. Met deze twee soep eten is altijd spannend. De ene keer lepelen ze enthousiast kom na kom leeg. De andere keer roepen ze, na een korte, schuine blik, lust ik niet, en schuiven de kom onaangeroerd weg. Inmiddels heb ik geleerd dat het niet eens veel uitmaakt wát er feitelijk in die kom zit. Rood is, meestal, een succes. En niet teveel stukjes, in ieder geval geen groene, en geen champignons. Maar dan weer eten ze, onverwacht, bakken vol groengrijze erwtensoep. Met stukjes. En worst.

Het ligt er maar aan hoe hun pet staat. Ik moet ze dus in de juiste stemming te krijgen. In die vrolijke stemming waarin ze alles lusten, alles eten. Zonder te zeuren.
Ze erin betrekken helpt, vaak. Samen uitzoeken. Samen bedenken. Samen koken.
En het selecteren van de juiste bijgerechten. Mexicaanse bonensoep? Die serveren we met een kwak yoghurt, geraspte kaas en tortillachips. Italiaanse tomaten-groentensoep? Olijven, blokjes feta en soepstengels. Bietensoep? Bagels met roomkaas en roze vis. Netjes aangekleed is alles een koningsmaal.


Dus bij mijn Indiase bonensoep maken we poppadoms. Poppadoms zijn rond, gougeel en ze knarsen krokant als je erin bijt. Het beste verkoop je ze aan kinderen onder de 5 als Indiase chips.
Vroeger kocht ik poppadoms meestal kant en klaar, ze zelf frituren was me veel te veel moeite. Nu heb ik ontdekt dat het makkelijker kan: simpelweg onder de gril. Je koopt pakken ongebakken poppadoms in oosterse winkels, of een goed gesorteerde supermarkt.


Smeer, met een kwastje of stukje keukenpapier, de poppadom dun in met olie. Leg hem onder een hete gril. Nu moet je er echt bijblijven, want het is werkelijk secondewerk. Voor je het weet is je poppadom aangebrand. Je zult langzaam kleine bubbeltjes zien opbollen op het oppervlak, en als dat over de hele poppadom gebeurd is, is hij klaar. Hij moet niet bruin worden, hooguit wat goudgeel.


Indiase Mung soep

200 g droge mungbonen
1 ui
2 tenen knoflook
1 lepel geelwortel (kurkuma)
1 lepel garam masala
2 wortels, fijngehakt
bakje oesterzwammen
1 blik tomaten
bouillon (optioneel)
citroensap
handvol gesneden groene kool, of spinazie
om te serveren: yoghurt, koriander en poppadoms

In plaats van mung bonen kun je ook linzen gebruiken. Of een andere soort bonen die je makkelijk kunt krijgen, gedroogd of uit blik. Kook gedroogde bonen volgens de aanwijzing op de verpakking, uit blik zijn ze voorgekookt en kun je ze zo toevoegen. Gedroogde mungbonen hoeven maar ongeveer drie kwartier koken. Andere bonensoorten vaak langer, dus zet ze tijdig op! Inweken mag, maar is niet perse nodig. Spoel ze af en zet ze op in ruim kokend water. Voeg nog geen zout toe.
Snijd terwijl de bonen opstaan de ui en knoflook fijn, en bak ze in een grote pan met dikke bodem met een goede scheut olie. Voeg de garam masala (pas op dat het geen scherpe variant is als er kinderen mee-eten, dit kan erg verschillen. Houd je juist van scherp dan kun je wat chili toevoegen aan de soep) en de geelwortel toe. Bak het mengsel in een paar minuten geurig, voeg dan de fijngehakte wortel en oesterzwammen toe. Roer goed en bak even door zodat alles goed gekruid wordt. Voeg dan de tomaten toe en zoveel water of bouillon dat alles ruim onder staat. Snijd de kool fijn en roer ook die door de soep, en de mung bonen. Ze hoeven nog niet helemaal gaar te zijn, in de soep zullen ze verder garen. Laat het geheel ongeveer een half uur koken, voeg eventueel tussentijds meer water toe als de soep te droog wordt. Proef dan of de bonen en de groente gaar zijn, laat eventueel langer koken. Soep als deze kun je niet overkoken, en smaakt de volgende dag nog veel lekkerder. Gebruik je spinazie in plaats van kool, voeg deze dan vijf minuten voor de soep gaar is pas toe. Breng de soep op smaak met peper, zout en citroensap.

Serveer met een blub yoghurt, een handje gesneden koriander en de poppadoms. Om het helemaal compleet te maken kun je bij de poppadoms mangochutney en raita serveren.

Wednesday, 29 February 2012

Oliemeloen en grilkaas


Het was het jaar 2000 en ik werkte op een boerderij in de woestijn. Alsof dat niet wonderlijk genoeg was probeerde ik daar dingen te laten groeien op water, vervuild met zware olieresten. Dat water kwam met de olie naar boven, en nadat het in grote vaten afgescheiden was kon je er weinig anders mee dan terugpompen, naar diep in de grond waar het vandaan kwam. Maar dat was duur. En zonde, in een land waar water schaars is. Dus probeerde ik, als student, het water door rietbedden te leiden, opdat de wortels de zware metalen opnamen en de bacteriën in de grond de olieresten afbraken. Wat overbleef was brak, helder en redelijk schoon water, waar best wat op wilde groeien. In het vliegtuig, terug naar Muscat voor een weekend vertier en vermaak, nam ik vol trots de eerste oogst mee: een grote, ronde watermeloen.
Die avond had ik een barbecue bij Engelse kennissen, waar, zo als bij Engelsen gebruikelijk is je je eigen eten moest meenemen, een Dutch party, zogezegd.
Maar in de ijskast vond ik niets dan een fles wodka. Stoffig van zand, en wankel van de hotsende vliegreis in een oververhitte Fokker 50, stond ik voor de keuze tussen de supermarkt of een warm bad. Snel boorde ik een paar gaten in de meloen en goot, in kleine beetjes, de wodka naar binnen. Met mijn studentenlogica leek dat me een uitstekende remedie tegen mogelijke smaakafwijkingen wegens de toch wat verdachte irrigatiemethode. En inderdaad, de smakelijk volgezogen vrucht viel goed in de smaak bij mijn Arabische vrienden.

Wat me als enige bijbleef van de door wodka en goedkope wijn overschaduwde barbecue, is de mysterieuze kaas die die avond op de barbecue gelegd werd. Hij smolt niet, en smaakte heerlijk, romig en zout. Nu, twaalf jaar later, kennen de meeste mensen in Nederland halloumi wel, maar destijds moest ik er bij terugkomst vele kaasboeren voor aflopen. Het leuke aan deze kaas, die oorspronkelijk uit Cyprus komt en gegeten wordt in het hele Midden Oosten, is dat je hem door zijn bijzondere smeltgedrag kunt grillen of bakken. Hij is heerlijk in een salade, een pitabroodje of zo, van de barbecue. Omdat hij vrij zout is, is het het lekkerst hem te eten met een friszure saus of salade.

In de winter serveer ik graag warme salades, heerlijke eenschaalsgerechten, waarbij je de ingrediënten afzonderlijk klaarmaakt en dan in een grote kom mengt en aanmaakt met een lekkere dressing. Zoals je ziet zijn de hoeveelheden van het recept hieronder indicatief, het komt er niet zo op aan, zo lang de verhouding maar in balans is.


Warme maaltijdsalade met halloumi, groene asperges en citroen-tahindressing

een paar handen kleine, nieuwe aardappeltjes
een tros tomaatjes
een bos groene asperges
tahin
sap van een citroen
honing
olijfolie
peper en zout

Snijd de tomaatjes door midden, of als ze groter zijn in parten, en leg ze minimaal een half uur tot een uur, in een middelhete oven van ongeveer 120 graden. Op deze manier krijg je half gedroogde tomaten die niet te nat zijn in je salade. Je kunt de aardappelen en asperges of roosteren in de oven, nu je die toch aan hebt, of even blancheren of stomen. Ze moeten gaar zijn maar nog wel beet hebben.
Meng voor de saus een paar eetlepels tahin (sesampasta) met een paar eetlepels citroensap. Als het goed is geeft het vet met het zure vocht een romig, dik mengsel. Doe er een eetlepel honing bij. Proef het mengsel, en balanceer de zoetzure smaak zonodig met extra honing, citroensap of tahin. Snijd vlak voor het serveren de halloumi in dunne plakken. Je kunt ze grillen, maar ik vind het wel zo makkelijk ze snel te bakken in de koekenpan. Hoe dan ook hebben ze maar een paar minuten nodig aan elke kant tot ze knapperig en krokant lichtbruin zijn.
Meng alle ingrediënten door elkaar in een grote schaal en maak aan met de dressing en een scheut olijfolie.

Tuesday, 21 February 2012

Ook uit de pan

Een voor een neem ik de oranje zakken aan van de man in paars. Tijm en Linde pakken ze aan en voeren ze af. Zakken vol, vol yoghurt, havermout, meel, brood, groente, kaas en nog veel meer, dragen ze naar de keuken.

‘Deze is te zwaar, mama,’ puft Tijm, scheef trekkend.
Ik verlos hem van de zestien pinten melk en grijp met mijn andere hand drie zakken mandarijnen. ‘Nee, die wil ik,’ roept Tijm en grist ze terug.
Vrolijk rennen ze af en aan. In de keuken verschijnt een nette lijn oranje zakken op de grond.
Als ik de kartonnen doos eieren van de man aan wil pakken trekt hij zijn hand terug.
Hij bestudeerd de doos secuur. ‘Er is er een kapot,’ constateert hij. Hij zet de doos terug in het krat. Ik steek mijn hand uit. Mijn eieren?

‘Er is er een kapot. Je krijgt je geld terug.’
Hij krabbelt wat op een papiertje.
‘Er zijn er nog elf heel,’ merk ik op. ‘En die heb ik vandaag nodig.’
Hij grijnst. ‘Eigenlijk moet ik ze terug sturen. Maar vooruit, neem dan maar. Je krijgt ze gratis. Speciaal vandaag, nu je niet zonder kunt.’

‘Hoezo speciaal vandaag?’ vraag ik. Hoe weet hij wat er op mijn menu staat?

‘Nou, vandaag is het immers pancake day!’

Hoe heb ik het kunnen vergeten, pancake day? Omdat ik al tijden niet meer in de supermarkt kom, maar alles gemakzuchtig thuis laat bezorgen. Ik miste de spandoeken, bij de speciale feestschappen, vooraan, vol meel, ei, melk en citroen. Vorig jaar schreef ik al over deze dag, de laatste voor de vasten, waarop heel Engeland pannenkoeken eet. Behalve wij dan. Want ik ben het vergeten. Er staat iets anders op het menu. Ook koekjes. Ook uit de pan.

Heel simpel en smakelijk zijn deze joodse latke, oftewel aardappelpannenkoekjes. Ze lijken een beetje op rösti, maar omdat er ei doorgaat zijn ze makkelijker te maken, en vallen ze minder snel uit elkaar. Je eet ze als voorgerecht of als bijgerecht, met zure room en/ of appelmoes.


Latkes (aardappelpannenkoekjes)
Ongeveer een halve kg aardappels
1 ei
peper, zout en olie
Schil en rasp de aardappel:


Nu komt het belangrijkste: knijp zoveel mogelijk vocht eruit. Je kunt dit het makkelijkst doen door de aardappel in een dunne doek (kaasdoek, of een hydrofiel luier) te wringen. Hoe meer vocht je eruit krijgt hoe droger je latkes, en hoe knapperiger. Sla je deze stap over dan krijg je zompige latkes die uit elkaar zullen vallen. Roer het ei door de aardappel en breng op smaak met peper en zout. Je kunt eventueel een paar eetlepels (aardappel)meel toevoegen, dan zijn ze nog wat makkelijker te bakken.

Schep kleine, ronde koekjes van een flinke eetlepel in een hete koekenpan met een laagje olie en stamp ze wat aan met de achterkant van je lepel. Bak ze aan beide kanten bruin. Serveer heet.
Je kunt makkelijk variëren door andere groenten bij te mengen. Bijvoorbeeld wortel, ui of courgette. Ook kun je groene kruiden als peterselie of koriander toevoegen.
Voor kinderen kun je op een vergelijkbare manier heerlijke kleine pannenkoekjes maken op basis van groente. Ideaal voor lastig etende peuters en kleuters. Het recept hieronder gebruikt courgette, maar je kunt deze vervangen door bijvoorbeeld wortel, zoete aardappel, pompoen of welke groente dan ook. In dit recept wordt de groente gemengd door een beslag met meel, en is het niet nodig het vocht eruit te knijpen. Je maakt de koekjes in een oogwenk. 

Aangezien we op het moment in ons huishouden te kampen hebben met aardig wat intoleranties maken we de pannenkoeken met glutenvrij mee of boekweitmeel. Soms ook met sojamelk. Daarmee smaken ze net zo lekker. Je kunt het meel en de melk gebruiken die je wilt.

Courgette koekjes
Meel (glutenvrij, tarwe of boekweit)
Melk (koemelk of soja)
Ei
1 theelepel bakpoeder
Courgette
Groene kruiden (bijvoorbeeld tijm, peterselie of koriander)

Meng van de meel, melk, bakpoeder en ei een dik pannenkoekenbeslag.


Rasp de courgette en roer deze door het beslag. De verhouding maakt niet veel uit, je kunt ze meer pannekoekerig maken of meer fritters, met vooral groente. Breng op smaak met peper, zout en de kruiden. Om er een volledige (kinder)maaltijd van te maken kun je kunt wat geraspte kaas toevoegen, of wat vis, bijvoorbeeld makreel of tonijn (uit blik).


Schep in een hete pan met olie kleine pannenkoekjes en bak ze aan beide kanten gaar. Je kunt ze serveren met kaas, stroop, roomkaas, zure room of wat je dan maar lekker vind. Kleine baby’s vinden ze zonder beleg ook al heerlijk, en kunnen ze met de vuistjes eten.

Wednesday, 15 February 2012

Vakantievoer


Het is weer eens vakantie. Half term, zoals dat hier heet. Vakantie voor de kinderen dan, niet voor de moeders. Die hebben het in zo’n week juist extra zwaar. Een week zonder peuterschool of oppas. En ook zonder sneeuw, want die smolt weg tot glibberige drab. We hebben geverfd, koekjes gebakken, spelletjes gespeeld, treinbanen gemaakt, gezwommen, gekleurd. En toen was het op, met mama's geduld en inspiratie.

Wat ga je dan doen? Naar de dierentuin, natuurlijk! Daar neemt zelfs papa voor vrij. We nemen picknick mee. Koude pannenkoeken, met nutella, stroop en pindakaas. Mandarijntjes en bananen. Maar na die prachtige dag vol beesten is mama moe. Te moe om te schrijven. Ze moet vroeg naar bed. Want morgen is er weer een dag.

Wat eet je in de vakantie? Frietjes, natuurlijk! Maar geen gewone, we maken ze van zoete aardappel. Heel makkelijk, fijn voor mama. En, alle kinderen vinden ze heerlijk. Geen gezeur aan tafel, nog fijner voor mama.
In de oven zijn ze snel klaar, in een kwartiertje. Als je zoete aardappels in de oven klaarmaakt is er een risico dat ze zacht en pappig worden. Er zijn wat dingen die je kunt doen om dit te voorkomen.


Schil de zoete aardappel en snijd hem in smalle, dunne repen van een ruime centimeter dik. Het liefst niet te regelmatig, hoe meer oppervlak je hebt, hoe krokanter ze kunnen worden.


Doe de geschilde frieten in een pan met deksel, schep er een paar eetlepels fijn maismeel (maizena) overheen en schud de pan, met de deksel erop, stevig heen en weer. De bedoeling is dat alle stukjes bedekt worden met een heel dun laagje meel. Doe er dan een paar eetlepels olie bij en schud nog eens.


Leg de frieten op een ovenblad met antiaanbaklaag. Zorg dat ze goed uitgespreid zijn, als ze te dicht op elkaar liggen stomen ze elkaar papperig. Bestrooi ze met peper en zout. Voor een volwassen, spicy versie voeg je een kruidenmengsel toe. Bijvoorbeeld cayennepeper, als je van heet houdt. Gember en honing. Koriander, komijn en kaneel voor oosters. Leef je uit!


Verwarm de oven heet voor, ongeveer 220 graden zeker. Ze hoeven niet lang, ongeveer een kwartiertje. Als je wilt kun je ze na 10 minuten even omdraaien.


Maak er een lekker sausje bij. Gewoon mayonaise kan natuurlijk. Maar iets spannenders is lekkerder. Voor kleine kinderen meng je wat mayonaise, ketchup en een snufje paprikapoeder. Voor volwassenen voeg je daarbij een flinke scheut tabasco.
Een beetje van jezelf en een beetje uit een potje werkt ook ideaal voor een snel sausje. Bijvoorbeeld wat mangochutney met yoghurt. Citroensap met tahin, losgeroerd, en aangemaakt met yoghurt.


Aanvallen maar!


En natuurlijk mag je met je handen eten...


De frietjes zijn ook een uitstekend hapje voor kleine babies, als eerste fingerfood bijvoorbeeld, vanaf zes maanden.